Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Opinie | Zonder GIN geeft VWS geen ZIN

Het coalitieakkoord ‘Aan de slag | 2026-2030’ liegt er niet om: 'voorkomen is beter dan genezen' en 'we bouwen aan de gezondste generatie ooit'. Prachtige woorden. Maar bladert u door naar de concrete maatregelen, dan ziet u vooral: passende zorg, eigen risico omhoog, zorgfraude aanpakken, en het Zorginstituut dat een 'stevigere rol' krijgt. Het recept? Dezelfde ingrediënten, anders verpakt.
Fotografie: Hanze

Wat ontbreekt is veelzeggend. Nederland kent een Zorginstituut (ZIN) dat waakt over het basispakket — welke pil wel, welke operatie niet. Maar een Gezondheidsinstituut (GIN)? Dat hebben we niet. Terwijl het coalitieakkoord expliciet stelt dat ‘gezondheid niet begint in het ziekenhuis, maar in het dagelijks leven’, laat datzelfde akkoord de regie over dat dagelijks leven over aan 342 gemeenten en financieel uitgeklede GGD’en. Succes met je volksgezondheidsambitie, VWS.

Het medisch-industrieel complex aan het stuur

De cijfers spreken boekdelen. Van de ruim € 130 miljard die Nederland jaarlijks aan zorg en welzijn uitgeeft, gaat het leeuwendeel naar curatieve zorg. De Zorgverzekeringswet alleen al beslaat zo’n € 60 miljard. Het Zorginstituut, de Nederlandse Zorgautoriteit, de zorgverzekeraars — een compleet ecosysteem ingericht op het managen van ziekte. Niet op het organiseren van gezondheid.

En preventie? Het coalitieakkoord belooft dat ‘preventie weer gaat lonen’. Maar kijk naar de institutionele werkelijkheid. Gemeenten krijgen weliswaar ‘extra investeringen in de sociale cohesie’, maar zonder landelijke regie, zonder meetbare doelen, zonder doorzettingsmacht. De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving waarschuwt al jaren dat gezondheidsverschillen hardnekkig blijven zolang preventie een gemeentelijke speeltuin blijft. En toch: geen GIN in zicht.

De ontbrekende tegenmacht

Ons staatsbestel kent checks and balances. De Rekenkamer controleert het Rijk. De Raad van State toetst wetgeving. De SER adviseert over sociaaleconomisch beleid. Maar voor onze volksgezondheid? Daar is het Zorginstituut tegelijk speler én scheidsrechter. Een instituut dat per definitie kijkt naar wat al kapot is — het zorgpakket — niet naar wat heel kan blijven.

Het coalitieakkoord rept van een staatscommissie zorg die ‘aanbevelingen zal doen voor een financieel houdbaar zorgstelsel’. Wederom: zorgstelsel. Niet gezondheidsstelsel. De framing verraadt de blinde vlek. Zoals ik eerder schreef over het Integraal Zorgakkoord: Zolang VWS primair het Ministerie van Ziektekosten blijft, verandert er structureel niets.

Wat een Gezondheidsinstituut zou kunnen doen

Een GIN zou de institutionele tegenhanger zijn die nu ontbreekt. Geen adviesclub, geen kenniscentrum — daar hebben we (er) genoeg van. Maar een instituut met eigen budget, eigen mandaat en doorzettingsmacht. Drie concrete taken:

  1. Landelijke regie op preventie

Stop de fictie dat 342 gemeenten, 25 GGD-regio’s en tientallen zorgkantoren samen coherent gezondheidsbeleid kunnen voeren. Centraliseer de sturing, stel meetbare doelen, en reken af op resultaat. Niet vrijblijvend — afdwingbaar. Want iedereen wil passende zorg, maar niemand durft te kiezen.

  1. Eigen financieringsstroom

Zolang elke preventie-euro moet concurreren met de curatieve zorgvraag, wint de operatiekamer. Reserveer structureel een percentage van de zorguitgaven — de WRR adviseerde al in 2021 om serieus te investeren in preventie. Een GIN met eigen middelen kan dat waarmaken.

  1. Doorzettingsmacht

Een instituut zonder tanden is een vergadertijger. Geef het GIN de bevoegdheid om gezondheidsdoelen te formuleren, regio’s te ondersteunen én aan te spreken, en te adviseren over allocatie van middelen. Maak gezondheidswinst een harde KPI.

Het kan anders — kijk om je heen

Engeland richtte in 2021 het Office for Health Improvement and Disparities op — landelijke regie op gezondheidsongelijkheid, met doorzettingsmacht. Finland’s THL combineert onderzoek met beleidsmacht. Nieuw-Zeeland stuurt de hele rijksbegroting op welzijn, niet alleen op BBP. Wij? Wij schrijven coalitieakkoorden waarin ‘de gezondste generatie’ een vage ambitie is, zonder concrete doelstellingen met mandaat.

De keuze ligt voor

Het coalitieakkoord 2026-2030 biedt een opening. Er staat dat ‘verschuiving van zorg naar gezondheid’ nodig is, en dat ‘gezondheid begint in het dagelijks leven’. Prima. Maar zonder institutionele verankering en doorzettingsmacht blijft het bij intenties. De vraag aan de nieuwe minister van VWS is simpel: durft u de logische consequentie te trekken?

Een Zorginstituut dat waakt over het pakket is waardevol. Maar zolang niemand waakt over de volksgezondheid zelf, blijft VWS een reparatiewerkplaats. Het wordt tijd voor een Gezondheidsinstituut Nederland.

Want zonder GIN geeft VWS inderdaad geen zin.

Door Pim Valentijn, lector Waardegedreven en Passende Zorg aan de Hanze en directeur van de Essenburgh Group

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.