Blog: ‘Schrapactie Diakonessenhuis raakt kant noch wal’

Het Diakonessenhuis kondigt ferm aan te stoppen met aanlevering van 100 vrijwillige indicatoren aan het Zorginstituut. Patiëntenfederatie en Zorgverzekeraars Nederland zetten vette vraagtekens bij deze actie. Niet alleen bij het aantal te schrappen indicatoren maar ook bij het vermeende gebrek aan nut van deze indicatoren.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Lydia Vunderink, beleidsmedewerker kwaliteit ZN en Bart van Bruggen, beleidsmedewerker Patiëntenfederatie over het nut van kwaliteitsindicatoren
Lydia Vunderink, beleidsmedewerker kwaliteit ZN en Bart van Bruggen, beleidsmedewerker Patiëntenfederatie

Vorige week bracht het Utrechtse Diakonessenhuis via Zorgvisie naar buiten dat het ‘stopt met het aanleveren van honderd vrijwillige kwaliteitsindicatoren aan het Zorginstituut Nederland’. De aanlevering van deze indicatoren is – de benaming zegt het al – niet verplicht. Het staat het Diakonessenhuis dus vrij deze indicatoren niet aan te leveren, niemand zal het ziekenhuis erop afrekenen. Helaas rammelt de onderbouwing van deze keuze aan alle kanten, terwijl die in het belangrijke debat over het beperken van administratieve lasten juist cruciaal is. Daarom zetten we hier de feiten op een rij.

Niet 100 maar 18 indicatoren minder

Het Diakonessenhuis suggereert dat het stopt met de aanlevering van 100 indicatoren die voorheen wél aangeleverd werden. Dat is om meerdere redenen onjuist: het aantal vrijwillige kwaliteitsindicatoren is dit jaar 62, geen 100. Daarvan zijn er 39 nieuw en bestonden 23 indicatoren vorig jaar als verplichte indicator. Van die 23 bestaande indicatoren hoeft het Diakonessenhuis er bovendien 5 niet aan te leveren, omdat die zorg betreffen die het Diakonessenhuis niet levert. In totaal ‘stopt’ het Diakonessenhuis dus niet met 100, maar met 18 indicatoren.

Relatief groot aandeel uitkomstindicatoren

Het Diakonessenhuis stelt vervolgens dat de lijst vrijwillige indicatoren voornamelijk bestaat uit procesindicatoren die niks zeggen over de uitkomsten van de zorg. Ook dit is een verkeerde voorstelling van zaken: 26 van de 62 indicatoren betreffen uitkomsten, waarmee het aandeel uitkomstindicatoren in de vrijwillige indicatoren juist relatief hoog is. Deze uitkomsten betreffen bijvoorbeeld sterfte na slokdarm- en maagoperaties of door patiënten gerapporteerde kwaliteit van leven bij Parkinson. Ook de procesindicatoren geven relevante informatie, zoals de doorlooptijd van deur tot behandeling bij een herseninfarct.

Indicatoren zijn voor ziekenhuizen, patiënten en zorgverzekeraars

Bestuursvoorzitter Taks van het Diakonessenhuis vraagt zich af wie bij het Zorginstituut iets met de indicatoren gedaan heeft. Niet alleen bestonden de meeste indicatoren dus nog niet maar de vrijwillige indicatoren worden niet aan het Zorginstituut geleverd, maar aan de ziekenhuizen zelf, aan patiënten (via Patiëntenfederatie Nederland) en aan zorgverzekeraars (via Zorgverzekeraars Nederland). Ze worden door ziekenhuizen gebruikt om de zorg te evalueren en verbeteren, door patiënten bij de keuze voor een behandelaar of de gezamenlijke beslissing met de arts over een behandeling, en door verzekeraars om goede zorg te belonen. De stelling van het Diakonessenhuis dat niemand iets opschiet met deze indicatoren raakt daarmee kant noch wal en trekt mist op in de discussie over het beperken van administratieve lasten.

Indicatorensets gebaseerd op wetenschappelijke kwaliteitsregistraties

Het Diakonessenhuis zegt verbeteringen ‘die patiënten en zorgverleners belangrijk vinden’ te willen doorvoeren. Deze ambitie delen wij natuurlijk, maar met de keuze om de indicatoren niet aan te leveren doet het Diakonessenhuis eigenlijk het tegenovergestelde. 11 van de 14 indicatorensets met vrijwillige indicatoren zijn namelijk gebaseerd op wetenschappelijke kwaliteitsregistraties die hun oorsprong vinden in de beroepsgroep. Eventuele transparantie verandert in die gevallen weinig aan de registratielast, tenzij de specialisten van het Diakonessenhuis ook de kwaliteitsregistraties en daarmee input voor de eigen kwaliteitsverbetering  niet meer gebruiken. De openbare indicatorensets zijn bovendien samengesteld door zorgprofessionals, patiëntenorganisaties en zorgverzekeraars en dus een afspiegeling van wat zij belangrijk vinden. Dat dit voor het Diakonessenhuis kennelijk niet duidelijk is, geeft ook aan dat het cruciaal is dat door de diverse koepels goed gecommuniceerd wordt over de ontwikkeling en resultaten van indicatorensets.

Aantal indicatoren daalt sinds 2015

Administratielast is een reëel probleem dat een serieuze oplossing verdient. Daarom hebben Patiëntenfederatie Nederland en Zorgverzekeraars Nederland zich de afgelopen jaren samen met de andere koepels ingespannen om de administratieve lasten van transparantie te beperken. Dat heeft spectaculair resultaat opgeleverd. Het totale aantal indicatoren is sinds 2015 ieder jaar verlaagd, ook voor 2018. Het blijven wijzen naar de transparantiekalender als schier onuitputtelijke bron van registratielast getuigt van weinig creativiteit en is ook simpelweg onjuist. Alle partijen die zich serieus in willen spannen voor het beperken van administratieve lasten kunnen rekenen op de uitgestoken hand van Patiëntenfederatie Nederland en Zorgverzekeraars Nederland. Dan pakken we problemen bij de bron aan en kunnen we de botte bijl achterwege laten.

Bart van Bruggen, beleidsmedewerker bij Patiëntenfederatie Nederland en Lydia Vunderink, beleidsmedewerker kwaliteit bij Zorgverzekeraars Nederland

2 REACTIES

  1. Lees alle reacties

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.