Diakonessenhuis schrapt 100 kwaliteitsindicatoren

Het Utrechtse Diakonessenhuis stopt met het aanleveren van honderd kwaliteitsindicatoren aan het Zorginstituut Nederland.
Kwaliteitsindicatoren in ziekenhuizen

‘We willen een signaal afgeven’, zegt bestuursvoorzitter John Taks. Het gaat om kwaliteitsindicatoren die ziekenhuizen sinds het verslagjaar 2017 vrijwillig kunnen aanleveren. Het Diak is het eerste ziekenhuis dat nu met deze indicatoren stopt. Stafvoorzitter en MDL-arts Marc Verhagen: ‘Het genereren van getallen waar we vervolgens niets mee doen en alleen maar naar kijken, maakt de zorg niet beter.’

Procesindicatoren

Op de lijst staan voornamelijk procesindicatoren waar niemand in het ziekenhuis iets mee doet. Ze zeggen ook niets over de uitkomst van behandelingen. Taks zegt dit gecheckt te hebben bij de NVZ: de te schrappen indicatoren zijn niet meer verplicht. En niemand schiet er iets mee op. Taks: ‘Ik ben wel benieuwd wie er in het Zorginstituut de afgelopen jaren iets heeft gedaan met deze indicatoren.’

Registratielast

Het niet meer registreren en aanleveren van de ruim honderd indicatoren scheelt zo’n acht vakgroepen van medisch specialisten en medewerkers, variërend van dertig minuten per week tot enkele uren voor de jaarrapportage. Die vakgroepen zijn onder andere de internisten, neurologen, chirurgen en gynaecologen. Daarnaast scheelt het een aantal stafafdelingen veel werk om rapportages te maken en de indicatoren in te voeren in de portals van Zorginstituut Nederland. Verhagen: ‘Een gemiddelde dokter is per week twee dagen bezig met administratie en registratie, waarvan voor een deel niet duidelijk is voor wie je het doet en of de patiënt er daadwerkelijk beter van wordt. ’

Patiëntenzorg

Naar verwachting houden de medewerkers door de schrapactie meer tijd en energie over die ze kunnen steken in de directe patiëntenzorg. Iets wat ook hun werkplezier verhoogt. Verhagen: ‘Wij willen ons kunnen focussen op datgene wat ertoe doet, namelijk: het leveren van goede patiëntenzorg.’

Verplichte indicatoren

Taks: ‘Wij zijn wettelijk verplicht om een aantal indicatoren aan te leveren. Daar houden wij ons netjes aan. Maar nu zien wij kansen omdat het de indicatoren vrijwillig zijn en geen invloed hebben op wat de Inspectie, Zorginstituut en anderen ervan vinden. Dan moeten we er zoveel mogelijk schrappen.’ Tot nu toe schrapt het Diak alleen indicatoren die vrijwillig worden aangeleverd. Daar zouden in de toekomst ook verplichte indicatoren bij kunnen zitten, zegt Taks: ‘Als het in goed overleg niet lukt en wij kunnen het goed motiveren dan zullen wij misschien zelfs burgerlijk ongehoorzaam zijn.’

Kwaliteitszorg ziekenhuis

Er zijn ruim 3500 indicatoren die ziekenhuizen moeten aanleveren aan de Inspectie, NZa, zorgverzekeraars en Zorginstituut Nederland. Medisch specialisten en ziekenhuizen discussiëren over zinnige en onzinnige indicatoren in het traject Ontregelde Zorg. Het gaat de goede kant op, maar dit signaal is ook bedoeld om de discussie verder los te maken. Verhagen: ‘Bij heel veel indicatoren blijkt het niet duidelijk te zijn wie ze wanneer heeft bedacht en waarom. En toch moeten we ze registreren.’

Zinvolle indicatoren

Natuurlijk zijn er ook indicatoren die wel zinvol zijn, zegt Taks: ‘Wij willen het aantal postoperatieve infecties weten en complicaties, of hoeveel acute oproepen er van de verpleegafdelingen komen. Dat hebben wij allemaal heel goed op orde. Wij willen dingen verbeteren die patiënten en zorgverleners belangrijk vinden. Daar willen wij een bepaald niveau in halen en vervolgens stoppen we met meten en gaan we nieuwe dingen verbeteren.’

Schrapangst

In veel ziekenhuizen wordt er weliswaar net zo over de registratielast gedacht als in het Diak, maar  terughoudend om daadwerkelijk actie te ondernemen. Want zelfs het schrappen van vrijwillige indicatoren is niet geheel zonder risico, zegt Taks: ‘Wij weten niet zeker of de indicatoren waar wij mee stoppen, niet terugkomen in lijstjes als bijvoorbeeld de AD ziekenhuis top 100. En dat zou onze positie kunnen beïnvloeden.’

Diakonessenhuis

Desondanks gaat het Diak door met schrappen van vrijwillige indicatoren. Verhagen: ‘De honderd indicatoren vormen een eerste stap. Wij willen verder.’ Taks hoopt dat de mensen aan het bed nog veel meer signalen gaan afgeven. ‘Ik ben ervoor om vijftig tot zestig procent van de indicatoren te schrappen. Het is onzinnig wat wij onze verpleegkundigen en dokters laten doen. Ze zijn bijna meer bezig met hun computer dan met de patiënt.’

 

7 REACTIES

  1. Dus als ik het goed begrijp hanteert het diaconessenhuis al geruime tijd een groot aantal zinloze kwaliteitsindicatoren zolang ze verplicht waren. En als ze niet meer verplicht zijn (speciaal gecheckt, ja) worden ze geschrapt ‘om een signaal af te geven’. Interessant.

    Is er ook al eens aan gedacht om een signaal af te geven vóórdat wordt begonnen met het invoeren van indicatoren die niet worden gebruikt? Hoeveel werkvoldoening en tijdsbesparing zal dat dan wel niet opleveren?

  2. Lees alle reacties
  3. Beste John, Heel begrijpelijk dat het Diakonessenhuis en haar medisch specialisten iets wil doen aan de administratieve lastendruk van kwaliteitsindicatoren. Ik ben het eens dat een substantieel aantal kwaliteitsindicatoren niet zinvol is voor zorgverbetering door de professional of keuze informatie voor patiënten. Daar hebben we samen – aanbieders, patiënten en verzekeraars – werk te doen. Deze onzinnige indicatoren zitten echter nog veel meer in de verplichte datasets dan in de vrijwillige.

    De vooroplopende aanbieders willen juist de vrijwillige indicatoren gebruiken om tot meer zinnige uitkomstindicatoren te komen. Het zou jammer zijn als het Diakonessenhuis generiek de vrijwillige indicatoren laat vallen en achterblijft bij het gaan meten op uitkomsten. Dus, kijk goed wat je weggooit.

  4. Heel sterk besluit omdat Zorg moet draaien om de patiënt en niet om de administratie. Vanuit Servant-Leadership gezien, waar zelfleiderschap en eigenaarschap centraal staat is dit een hele ontwikkeling. Ik hoop dat meer instellingen dit voorbeeld volgen.

  5. Er bestaat een Duits gezegde: Wer viel mist, mist Mist. Betekent zoveel als: je kunt een heleboel meten, maar als je alles wilt meten, ontstaat een getallenbrei, waar niemand wat mee kan. Het probleem is daarmee natuurlijk niet opgelost.

    Herinnert mij aan de tijd dat ik werkte binnen Arbeidsvoorziening in Nederland. De werkloosheidsstatistieken moesten regelmatig worden aangepast. Plotseling waren er een paar duizend werklozen minder!! Hoe dat kan ?? Heel simpel, door een deel werklozen op papier over te boeken naar een ander Ministerie, bijv. van Sociale Zaken naar Economische Zaken. Daartoe werden bestaande werklozen “moeilijk bemiddelbaar”verklaard en daarmee was dus het probleem voor de buitenwereld opgelost!!! De politieke oplossing.

    De mensen zelf waren en bleven gewoon werkloos!! Alleen de benaming was anders geworden. Triest maar waar.

    Zo ook in de medische wereld: op papier minder problemen met , ik noem maar wat “geks” bijv. longkanker?? De simpele oplossing: deels overboeken, lees anders benoemen en hup een deel van het probleem is onder controle!! Het gaat geweldig, behalve voor de patiënten zelf. Die hebben nog steeds “longkanker” alleen heet het nu anders.

  6. Als het pathologieverloop en de patiënttevredenheid, waar het primair resp. secundair om gaat in de curatieve zorg, gemeten worden, kunnen de meeste huidige indicatoren geschrapt worden. Want dat zijn bijna allemaal structuur- en procesindicatoren, die al gedekt worden door de uitkomstindicatoren pathologieverloop en patiënttevredenheid.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.