Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

LHV-voorzitter Kalsbeek wil minder output-financiering in eerste lijn

Philip van de Poel
Redacteur Zorgmanagement
Huisartsen zouden meer bekostigd moeten worden op basis van inschrijftarief in plaats van op basis van productie. Dat is wat voorzitter Ella Kalsbeek van de Landelijke Huisartsenvereniging (LHV) betreft één van de lessen van de coronacrisis. Tot tevredenheid van de LHV is het vaste tarief dat iedere huisarts per patiënt krijgt het afgelopen kwartaal met een tientje verhoogd.
Ella Kalsbeek. Foto: LHV

Net als andere zorgverleners kregen de huisartsen tijdens de coronacrisis te maken met een grote vraaguitval en daarmee ook een terugval in inkomen. Het inschrijftarief is wat Kalsbeek betreft de beste garantie gebleken voor instandhouding van de huisartsenzorg. ‘De afgelopen maanden hebben we gezien hoe belangrijk het inschrijftarief  is voor de beschikbaarheid en continuïteit van huisartsenpraktijken’, zegt Kalsbeek in LHV-ledenblad de Dokter. ‘Als je het mij vraagt is het wenselijk om praktijken toch meer te bekostigen op basis van inschrijftarief en minder op basis van productie. Dat geeft ruimte om goed te kijken wat het meest nuttig is om te doen’

Overvraagd

De coronacrisis heeft ook andere knelpunten zichtbaarder gemaakt, gelooft Kalsbeek. Zo zijn de spanningen tussen praktijkhoudende en waarnemende huisartsen toegenomen. ‘Veel waarnemend huisartsen voelen zich in coronatijd gepasseerd of opzij gezet. Veel huisartsen met een eigen praktijk voelen zich al lang overvraagd.’

Nieuwe vormen

Toch ziet Kalsbeek op dit punt ook kansen. Praktijkhoudende artsen zijn over het algemeen ouder en daarom in de regel vaker op zoek naar opvolgers c.q. ondersteuning. Waarnemende huisartsen zoeken vanaf hun 35e vaak weer meer naar vastigheid in de vorm van een eigen praktijk. In die zin sluiten wensen en behoeften van beide groepen nauw op elkaar aan. ‘Ga op zoek naar nieuwe vormen van partnerschap en eigenaarschap’, aldus Kalsbeek in de Dokter. ‘Er zijn allerlei varianten mogelijk tussen een maatschap en een dienstbetrekking. Dat kan voor beide partijen aantrekkelijk zijn.’

Regionale organisatie

Voorwaarde voor een goede inbedding van de huisartsenzorg is wat Kalsbeek betreft een sterke regionale organisatie die praktijken ondersteunt op het gebied van samenwerking met ziekenhuizen en gemeente, ict en personeel. LHV is hier op dit moment druk mee aan de slag met het Nederlands Huisartsengenootschap (NHG) en branchevereniging van eerstelijnscentra InEen. Vooralsnog verloopt die regionale organisatie in de ene regio beter dan de andere, zo leert Kalsbeek betoog in de Dokter. ‘Een aandachtspunt is dat in de regionale organisatie de betrokkenheid van en inspraak van huisartsen goed geregeld moeten zijn, en ook dat waarnemend huisartsen en praktijkhoudende huisartsen evenredig vertegenwoordigd zijn. Dat is nog niet overal het geval.’

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.