Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Column | Waarom zorgverzekeraars innovatie ingewikkeld vinden

Marcel Canoy
Hoogleraar gezondheidseconomie en dementie aan de VU, economisch adviseur bij de ACM, en lid adviescommissie pakket van Zorginstituut Nederland
Er is nogal wat frustratie over het feit dat zorgverzekeraars het moeilijk vinden innovatieve zorgconcepten te financieren. Zo was er ophef omdat een succesvolle wijkkliniek in Amsterdam moest stoppen omdat de zorgverzekeraar er geen brood meer in zag. Nu zullen er best fouten gemaakt worden door zorgverzekeraars, maar het is interessanter te kijken hoe het eigenlijk komt dat dit zo ingewikkeld is.
Marcel Canoy
Foto: Paul Tolenaar
Deze column verscheen in Zorgvisie magazine nr. 8.

Alle artikelen die in dit nummer verschenen, vindt u hier.

Ten eerste is er een free-riding probleem in regio’s waar er niet één dominante zorgverzekeraar is. Dan is zorgverzekeraar X bang dat als hij investeert de premiebetalers van verzekeraar Y profiteren zonder dat ze meebetalen. Voor dat probleem is wel een oplossing. Verzekeraars zijn altijd bang dat ze niet gezamenlijk mogen optrekken van de ACM, maar in de praktijk mag dat heel vaak wel als er een goed verhaal achter zit.
Ten tweede is de Zorgverzekeringswet gebaseerd op individuele aanspraken. Innovatieve concepten zijn niet zelden gebaseerd op het vermijden van toekomstige aanspraken en hebben een collectief karakter, geen individueel. Dat maakt financiering vanuit de Zvw problematisch.
Maar waarom financieren zorgverzekeraars innovatie dan niet uit het eigen vermogen? Als het goede innovaties zijn, verdienen ze immers alles weer terug door lagere zorgkosten. Dan komt het derde probleem om de hoek kijken.
We zien vaak het volgende patroon. Er is een innovatie die leidt tot lagere zorgkosten. Verzekeraars kunnen alleen financieel van die innovatie profiteren als ze erin slagen die zorgkosten ook om te zetten in lagere inkoop. Daar loopt het spaak. Zorgaanbieders slagen er dikwijls in ontstane ‘gaten’ soepel op te vullen. Vandaar dat bijvoorbeeld substitutie richting eerste lijn wel leidde tot meer eerstelijnszorg maar niet tot minder tweedelijnszorg. Operatie geslaagd, patiënt overleden.
Een beroemd voorbeeld is de huisarts uit Afferden die de doorverwijzingen naar het ziekenhuis drastisch wist te verminderen, waardoor het ziekenhuis in financiële problemen dreigde te komen. Het feest ging niet door. Dat lek moeten we toch echt eens gaan dichten.
We zien het patroon ook bij zorgzame buurten. Vrijwilligers die ervoor zorgen dat mensen vitaler blijven en minder een beroep hoeven te doen op de zorg. De verzekeraar merkt het pas als hij ook daadwerkelijk minder hoeft in te kopen. Dat vereist een scherpe blik waar die besparingen dan precies vandaan moeten komen en waar de inkoop scherper kan.

Gemeenten en zorgverzekeraars kunnen lokaal bekijken hoe ze innovatie het best kunnen borgen door niet alleen afspraken over financiering te maken, maar daarbij ook effectieve manieren te bedenken om besparingen te incasseren door slimmere inkoop. Tel uit je winst.

Door: Marcel Canoy is hoogleraar gezondheidseconomie aan de VU, wetenschappelijk directeur bij VitaValley en adviseur bij de ACM.

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.