Redactioneel
Uit onderzoek naar de cultuur van het Maastricht UMC+ blijkt dat leiders daar op afstand besturen. In het grote interview in deze personeelsspecial vertelt de bestuursvoorzitter Helen Mertens dat ze juist veel op de werkvloer is, maar dat ze niet is aangenomen om met iedereen koffie te drinken. Binnenkort heeft ze weer wat meeloopdagen gepland.
Ik moet denken aan de tijd, alweer lang geleden, dat ik bij het AMC werkte als persvoorlichter. De lunch van de raad van bestuur werd boven, op de bestuurskamers, geserveerd. Bestuurders lunchten doorgaans niet in de kantine, zoals alle anderen. Die bestuurskamers waren overigens goed te herkennen aan het feit dat het de enige plek was in het ziekenhuis met vloerbedekking. Toen Marcel Levi het stokje overnam, waren die luxe broodjes heel snel verdwenen.
Tijdens het congres over kwaliteit in de gezondheidszorg in Oslo – het International Forum on Quality & Safety in Healthcare in maart dit jaar – vertelt kwaliteitsgoeroe Don Berwick dat hij altijd probeerde zoveel mogelijk onder zijn mensen te zijn. Hij wilde boven alles benaderbaar zijn. De reden daarvoor is duidelijk: als bestuurders niet geloven dat werkplezier een essentiële voorwaarde van het werk is, zijn kwaliteitsverbeteringen doorvoeren in de zorg onmogelijk (ook wel de quadruple aim; zorg voor patiënten vraagt om zorg voor professionals). Risico lopen op grensoverschrijdend gedrag, al dan niet seksueel, is de absolute tegenhanger van werkplezier. En de enige manier voor bestuurders om erachter te komen of dat speelt in de organisatie is: aanwezig zijn op de werkvloer.
Suzanne Bremmers, redacteur met focus op personeel en arbeidsmarkt
“Ik voel me verantwoordelijk voor veilige patiëntenzorg en voor een veilige werkomgeving. Daar doe ik alles aan.” Daarom liet Helen Mertens, bestuursvoorzitter van het Maastricht UMC+, een grootschalig onderzoek uitvoeren naar de werkcultuur in het ziekenhuis. Ze publiceerde alle resultaten.
Wat mag een zzp’er in de zorg nou wel, en wat niet? Ook de Belastingdienst vindt het lastig om echte duidelijkheid te geven. Maar in achttien casussen, aangeleverd door brancheorganisaties, schijnt de fiscus toch wat licht op de mogelijkheden.
Anesthesiemedewerkers en operatiemedewerkers moeten tijdens operaties naast ongekwalificeerde mensen werken. Beroepsverenigingen ontvangen hierover mails van hun verontruste leden. Zorgvisie kreeg inzage in een deel van deze mails.
De Brabantse aanpak om burgers simpele zorgtaken te laten uitvoeren, blijkt een succes. Alleen al met het zelfstandig oogdruppelen speelt de wijkverpleging jaarlijks 75 fte vrij voor essentiële zorg. “We hoeven geen nee meer te verkopen”, vertellen bestuurders Mireille de Wee en Agnes Klaren.
Door structureel te investeren in zeggenschap, heeft revalidatiecentrum Heliomare haar vertrekintentie verlaagd naar 3,5 procent. “Zeggenschap is geen einddoel, maar een middel tot leuker werk en betere zorg”, vertelt teammanager Ab Berendsen.
Er zijn lessen te trekken uit Flexpertise, de flexpool die alweer is gestopt. Al bestaande interne flexpools zijn bijvoorbeeld een reëel gevaar voor een regionale flexpool. En kijk uit voor de overhead.
Het tekort aan SEH-artsen drukt al jaren op de acute zorg. Een uitbreiding van de jaarlijkse opleidingsplaatsen zou verlichting moeten brengen. Het herstel vergt echter steun en doorzettingsvermogen van het ministerie van VWS.
Zzp’ers met een tarief onder 38 euro kunnen werknemerschap claimen. Daarmee raken we precies het punt waarom de verstokte waarnemer gevoelig ligt in huisartsenland: zij verdient ruim het dubbele van dat bedrag. "Er is geen uurtarief dat de bijdrage aan de cohesie van Nederland compenseert", stelt Sophie Brühl.
De echte opgave voor de zorg is kiezen en afmaken, stelt Anouk op het Veld, directeur Vitaliteit Zorg & Welzijn bij PGGM. Hoe dan? Door te prioriteren én implementeren! Dat klinkt simpel, maar vraagt een fundamenteel andere werkwijze.

