‘Noodremprocedure zorguitgaven bestaat al’

De oproep van minister Dijsselbloem tot een noodremprocedure voor beheersing van de zorguitgaven is overbodig. Via het macrobeheersinstrument (MBI) kan de overheid te veel uitgegeven geld terughalen bij zorgaanbieders. Dat zegt advocaat en hoogleraar gezondheidsrecht Jaap Sijmons.

De politiek staat buitenspel als het gaat om beheersing van de zorguitgaven. Dat beeld is ontstaan door de gang van zaken rond het extra geld voor verpleeghuizen. Het Zorginstituut Nederland (ZiNL) stelt een kwaliteitsnorm waaraan het veld verplicht moet voldoen. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) rekent via een impactanalyse uit hoeveel dat ongeveer kost. De politiek rest niets anders dan met het geld over de brug komen. Minister Dijsselbloem van Financiën riep daarom rond Prinsjesdag op tot een noodremprocedure, waardoor de politiek altijd nog het laatste woord heeft.

Macrobeheersinstrument is noodrem zorguitgaven

Maar dat juridische middel bestaat in de zorg al lang. De overheid bepaalt immers het budgettair kader zorg (BKZ) en kan te veel uitgegeven geld via het macrobeheersinstrument terughalen bij zorgaanbieders, legt Jaap Sijmons uit, hoogleraar gezondheidsrecht en advocaat bij Nysingh advocaten en notarissen. ‘Als de overheid het budgettair kader bij de Rijksbegroting verhoogt, kan de minister van Financiën eigenlijk niet klagen dat het ZiNL de norm scherp stelt. Het is politiek wel lastig om met de ene hand 2,1 miljard euro beschikbaar te stellen voor verpleeghuizen en dat geld met de andere hand weer weg te nemen. In het verleden zijn er echter talloze kwaliteitsrichtlijnen vastgesteld zonder dat die tot een hoger macrobudget hebben geleid. In de cure leidt een hogere kwaliteitsnorm vaak tot doelmatigere zorg doordat er minder complicaties zijn of nazorg nodig is. Dat is in de care minder makkelijk wanneer de kwaliteit alleen door meer personeel kan worden geleverd.’

Bezettingsnorm is afdwingbaar

Afdwingbaar zijn de kwaliteitsnormen straks wel, stelt Sijmons. ‘De eerste mogelijkheid is dat de overheid de bezettingsnorm afdwingt via de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Als de IGZ constateert dat een zorgaanbieder te weinig personeel inzet, kan ze een aanwijzing geven, het bestuur onder ‘curatele’ stellen of een instelling sluiten. De overheid deinst er wel vaak voor terug om op de stoel van het bestuur te gaan zitten en een al te gerichte aanwijzing te geven. De tweede mogelijkheid is dat de zorgkantoren via selectieve inkoop alleen nog maar zorg inkopen bij aanbieders die zich aan de kwaliteitsnorm en personeelsbezettingsnorm houden. De derde mogelijkheid is dat de cliënten, of hun vertegenwoordigers, die afdwingen via nakoming van de behandelings- of verzorgingsovereenkomst. De normen van het ZiNL zijn dus dwingend onafhankelijk van het financiële kader.’

Onderhandelen over extra geld verpleeghuizen

Het is volgens Sijmons nog maar de vraag of verpleeghuizen echt de volledige 2,1 miljard euro gaan krijgen. De verdeling van het extra geld loopt immers via de zorgkantoren, die de Wlz uitvoeren. ‘Dat gebeurt in een onderhandelingssituatie, waarin zorgkantoren ook naar de doelmatigheid van verpleeghuizen kijken. Ze onderhandelen over kwaliteit en hoeveel dat mag kosten. De vergoeding van de bezettingsnorm krijgt vorm in die context. Daarin wordt bepaald hoe groot stuk van de taart elke aanbieder krijgt. Hopelijk raken de verpleeghuizen niet bekneld tussen de nieuwe norm en de te krappe zorginkoop of het macrobudget.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.