Opmerkelijk grote regionale verschillen geboortezorg

Het gebruik van medische ingrepen bij de bevalling varieert sterk per provincie. Ook zijn er grote verschillen in het gebruik van pijnbestrijding en de betrokkenheid van de kinderarts, direct na de geboorte.
Mijn Zorg Log
AdobeStock

Dat stelt onderzoeker en verloskundige Anna Seijmonsbergen-Schermers van de afdeling Midwifery Science VUmc. Het gebruik van een ruggenprik bijvoorbeeld varieert tussen de 12 tot 38 procent voor vrouwen tijdens een eerste bevalling. Opvallend is ook dat in provincies waar een ruggenprik minder vaak werd gebruikt, er vaker voor andere vormen van pijnbestrijding, zoals remifentanil of pethidine werd gekozen. Zo varieerde het gebruik hiervan tussen provincies van 15 tot 43 procent voor vrouwen die van hun eerste kind bevielen.

Onderzoek

Seijmonsbergen onderzocht op basis van landelijke gegevens alle ruim 600.000 bevallingen in Nederland tussen 2010 en 2013. Ze keek naar verschillende gebruikte interventies als inleiden of stimuleren van de weeën, pijnbestrijding, kunstverlossing, keizersnede en betrokkenheid van de kinderarts.

Stimuleren weeën

De betrokkenheid van de kinderarts direct na de bevalling varieert ook sterk. Het gaat om 37 tot 60 procent voor vrouwen die van hun eerste kind bevielen. Ook bleken er voor het stimuleren van de weeën opmerkelijke regionale verschillen te zijn. Zo werd in één provincie bij 34 procent van de vrouwen die voor de eerste keer bevielen de weeën gestimuleerd, terwijl het in een andere provincie 48 procent was. In de regio’s waar dit vaker werd gedaan, verloren meer vrouwen veel bloed bij de bevalling.

Onwenselijk

Het onnodig ingrijpen bij een bevalling kan tot schade bij de moeder en het kind leiden, ook op de lange termijn, zo blijkt uit recent onderzoek van de afdeling Midwifery Science VUmc. Het ingrijpen bij een bevalling om schade bij moeder en kind te voorkomen kan noodzakelijk zijn wanneer hiervoor een indicatie is. In dit onderzoek werd geen verband gevonden in het aantal nadelige uitkomsten bij moeder of kind tussen provincies met meer of minder interventies. Grote verschillen in het gebruik van deze interventies kunnen er op wijzen dat in sommige provincies interventies te weinig en in andere provincies teveel gebruikt worden. ‘Dit roept op z’n minst vragen op over de kwaliteit van de geboden zorg’, zegt Seijmonsbergen. ‘Dat het gebruik van sommige interventies bij een bevalling zo sterk verschilt per regio is een onwenselijke situatie.’

Onnodige kosten

Het verschil in gebruik van interventies kan voor een deel liggen aan verschillen in wensen van vrouwen, maar de grootte van de spreiding wijst erop dat zorgverleners ook een grote invloed hierop hebben. Seijmonsbergen: ‘Het is belangrijk dat zorgverleners en beleidsmakers kritisch kijken naar het gebruik van deze interventies en dat er meer consensus komt in het hele land. Als in sommige regio’s te veel en in andere te weinig interventies plaatsvinden, zou dat kunnen leiden tot extra risico’s voor moeder en kind. En als er te snel wordt ingegrepen bij een bevalling, worden er ook onnodig kosten gemaakt.’

Keizersnede

Minder grote verschillen tussen provincies werden gevonden voor inleiden van de bevalling en kunstverlossing, met de kleinste spreiding voor keizersnede. Hoeveel vrouwen uiteindelijk spontaan bevielen (zonder keizersnede of kunstverlossing), varieerde tussen provincies van 62 tot 67 procent voor vrouwen die van hun eerste kind bevielen en 82 tot 86 procent voor vrouwen bij een volgende bevalling.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.