Menzis wilde zorgondernemers die voor de periode 2027-2029 een vergoeding wilden krijgen, verplichten om persoonsgegevens van onder meer bestuurders en aandeelhouders te verstrekken. Ook was ze van plan om, bij twijfels over de integriteit van een zorgaanbieder, een nadere vraagronde te houden. Mogelijk zou Menzis dan ook nog advies inwinnen bij het Landelijk Bureau Bibob. Dat bureau heeft toegang tot informatie van politie en justitie en andere instanties.
Menzis was het eerste en enige zorgkantoor dat met een Bibob-toets aan de gang wilde. Het zorgkantoor vreest dat malafide zorgondernemers zich in grote getalen op de langdurige zorg gaan richten, nu aanbieders van zorg op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en aanbieders van jeugdzorg sinds oktober 2022 al aan een Bibob-toets kunnen worden onderworpen. Toen nam de Tweede Kamer een amendement aan dat de werkingssfeer van die wet uitbreidde naar de Wmo en de Jeugdzorg.
Het zorgkantoor meende dat het amendement ook ruimte bood om in de langdurige zorg met een Bibob-toets te werken. Per 31 juli dit jaar zouden aanbieders van deze zorgcategorie ook aan de informatieverplichtingen uit de wet Bibob moeten voldoen.
Zorgaanbieder Pleyade vond dat te ver gaan en spande een kort geding aan. De rechter stelde vast dat de wet Bibob alleen door overheden mag worden gebruikt en alleen in de Wmo en Jeugdwet. Een wetswijziging die een uitbreiding naar de Wlz regelt, zit in de pijpleiding. Daar moet Menzis op wachten.
Wat vindt u, ging Menzis inderdaad te ver? Of heiligt het doel in dit geval de middelen en mogen zorgverzekeraars proactief fraude tegengaan?

