Neem Max. Hij heeft een verstandelijke beperking, een cannabisverslaving en een psychotische stoornis. In rustige periodes heeft hij vanwege zijn beperking behoefte aan structuur, begeleiding en voorspelbaarheid. Bij ontregeling is psychiatrische expertise noodzakelijk. De combinatie van problemen waarmee hij leeft is niet uitzonderlijk. Toch wordt passende zorg voor mensen als Max nog te vaak bemoeilijkt doordat de grens tussen gehandicaptenzorg en ggz dwars door hun dagelijks leven heen loopt.
Voor Max en zijn naasten is dat geen bestuurlijk vraagstuk, maar dagelijkse werkelijkheid. Soms komt hulp te laat. Soms moet iemand – vanwege ‘het systeem’ – noodgedwongen verhuizen terwijl de zorgvraag nauwelijks verandert.
Vastlopen tussen systemen
Dit vraagstuk is niet nieuw, en juist dat maakt het ongemakkelijk. We weten al jaren dat mensen met een verstandelijke beperking én psychiatrische problematiek vastlopen tussen systemen. Onderzoek naar de samenwerking tussen gehandicaptenzorg en ggz laat zien dat het om een relatief beperkte groep gaat, maar wel om een groep die onevenredig vaak betrokken is bij crisiszorg, vastlopende zorgtrajecten en complexe veiligheids- en plaatsingsvraagstukken.
Toch organiseren wij verantwoordelijkheid nog steeds vooral rondom indicaties, budgetten en wettelijke kaders. Voor mensen als Max is uiteindelijk een andere vraag belangrijker: welke ondersteuning is nodig en blijft die beschikbaar wanneer het ingewikkeld wordt? Zolang iedereen vooral verantwoordelijk is voor zijn eigen deel, blijft niemand vanzelf verantwoordelijk voor het geheel.
Verantwoordelijkheid beleggen
Daarom is een vrijblijvende oproep tot betere samenwerking onvoldoende. De eerste stap zou een regionale doelgroepafspraak moeten zijn. Ggz-aanbieders, gehandicaptenzorgorganisaties en eventueel aanbieders in de Wmo moeten per regio vastleggen hoe verantwoordelijkheid wordt belegd voor mensen met een verstandelijke beperking én psychiatrische problematiek. Zo’n afspraak moet minimaal helderheid geven over wie er verantwoordelijk is wanneer een indicatie wijzigt, een financier verandert of crisiszorg nodig is. Maar zo’n doelgroepafspraak leidt alleen tot succes als randvoorwaarden op orde zijn.
Ook financiering moet beter aansluiten bij de feitelijke vraag. Soms moet de ene financier kosten maken voor een cliënt terwijl de andere financier ervan profiteert. Een behandeling vanuit de zorgverzekeringswet kan bijvoorbeeld een langduriger verblijf in de Wlz voorkomen. En zolang de kosten in het ene domein vallen en de baten in een ander domein, ontstaat terughoudendheid en staan financiële prikkels haaks op zorginhoudelijke noodzaak. Dat vraagt niet alleen om stelselwijzigingen, maar ook om creativiteit en lef van financiers om gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen voor oplossingen die over domeingrenzen heen gaan. De uitvoering van passende zorg mag niet vastlopen op afzonderlijke budgetten.
Verschillen
Daarnaast moet wet- en regelgeving beter aansluiten bij de werkelijkheid van deze groep. De verschillen tussen de Wet verplichte ggz en de Wet zorg en dwang laten zien hoe ingewikkeld het kan zijn om zorg te organiseren voor mensen die zich niet laten vangen in één wettelijk kader. In de praktijk kan een zorgaanbieder voor cliënten met een beperking inhoudelijk passende zorg willen bieden, maar juridisch vastlopen wanneer verplichte zorg nodig is en het Wvggz-regime in beeld komt, terwijl de organisatie is ingericht op de Wzd. Dit probleem is bij beleidsmakers bekend. Toch laat een structurele oplossing nog steeds op zich wachten.
De vraag is daarom niet of professionals beter moeten samenwerken. Dat doen zij vaak al, met grote betrokkenheid en veel creativiteit. We zullen als bestuurders, financiers en beleidsmakers bereid moeten zijn verantwoordelijkheid zo te beleggen en te borgen dat mensen als Max niet telkens opnieuw tussen systemen terechtkomen.
Ondersteuning, hoe dan ook
Voor Max is niet van belang welke indicatie wordt afgegeven, welk budget wordt aangesproken of welke wet van toepassing is. Voor hem telt uiteindelijk maar één vraag: krijg ik de ondersteuning die ik nodig heb, ook wanneer het ingewikkeld wordt?
De vraag is of wij als bestuurders, financiers en beleidsmakers bereid zijn onze systemen aan te passen aan de werkelijkheid van mensen als Max, in plaats van andersom. Juist bij mensen die het meest afhankelijk zijn van onze gezamenlijke verantwoordelijkheid, wordt zichtbaar hoe betrouwbaar en rechtvaardig ons zorgstelsel werkelijk is.
Door Bas van Oosterhout, lid raad van bestuur van Amarant, uitvoerend klinisch psycholoog en gepromoveerd op de behandeling van ernstig psychiatrische aandoeningen

