‘Wij onderscheiden ons in de prijs’

[Exclusief] De regio Twente is vergevorderd als het gaat om uitwisseling van informatie. Ziekenhuizen, ouderenzorg- en ggz-instellingen delen informatie met elkaar en diverse zorgverleners uit de eerste lijn. Het nut van samenwerking en een goede uitwisseling van gegevens, daar twijfelt niemand meer aan volgens Renie Heerbaart. Toch is er nog genoeg ruimte voor verbetering volgens de directeur van IZIT, de organisatie achter uitwisselingsplatform ZorgNetOost.
'Wij onderscheiden ons in de prijs'
Foto: IZIT - Renie Heerbaart

Welk voordeel hebben zorgverleners met ZorgNetOost?

‘ZorgNetOost is een regionaal uitwisselingsplatform met als doel de uitwisseling van patiëntgegevens in de regio Twente te bevorderen. Aangesloten zorgverleners hebben via de eigen software toegang tot een aantal diensten. Deze diensten zijn geïntegreerd in de software waar zij gebruikelijk mee werken. Er zijn bijvoorbeeld koppelingen met systemen van ChipSoft, Caress en diverse HISen. De zorgverleners hoeven zich niet extra aan te melden, alles verloopt via single sign-on. Doordat de toegang per zorgverlener is bepaald, is de privacy van patiënten beter beschermd. Daarnaast bieden we een aantal diensten aan, zoals het versturen van een elektronische verwijsbrief en via e-Lab kunnen huisartsen elektronisch een laboratoriumonderzoek aanvragen. Binnenkort breiden we uit met e-Overdracht en het delen van beelden via IHE-XDS.’

Zijn er ook financiële voordelen?

‘Zeker. De diensten die wij leveren zijn op zich niet nieuw. Waar wij ons in onderscheiden is de prijs. Het IZIT heeft acht zorginstellingen als aandeelhouder en we hoeven geen winst te maken. Normaal gesproken vraagt een leverancier een bepaald bedrag per gebruiker. Wij werken anders. De totale prijs wordt gedeeld door het aantal deelnemers. Als er meer organisaties meedoen, daalt de prijs.’

Zijn alle zorgorganisaties in de regio aangesloten?

‘We zijn een heel eind op weg. Alle grote en middelgrote aanbieders zijn aangesloten, denk aan Medisch Spectrum Twente, Ziekenhuisgroep Twente, Dimence, Carint Reggeland en Livio. Via koepelorganisaties is ook 88 procent van de huisartsen aangesloten. Apothekers zijn in mindere mate aangesloten en fysiotherapeuten nog helemaal niet. Dat zijn twee gebieden waar we nog kunnen groeien. Daarnaast kunnen we ook nog binnen de instellingen breder actief zijn. Verder zijn de patiënten ook belangrijk. Wanneer we een regionaal patiëntenportaal starten, bereiken we potentieel 625.000 mensen.’

Wat kan ZorgNetOost betekenen voor patiënten?

‘We beginnen met een patiëntportaal waarop zij in een keer kunnen vastleggen welke zorgaanbieders hun gegevens mogen gebruiken en delen. Nu moeten patiënten nog bij elke aanbieder opnieuw toestemming geven. Verder willen we het portaal uitbreiden met inzage in de medische gegevens, e-healthdiensten en vormen van zelfmanagement. Het aanbod wordt bovendien gepersonaliseerd. Zo zou iemand met hooikoorts bijvoorbeeld een alert kunnen ontvangen als het pollenseizoen weer begint. Aan de andere kant krijgt iemand op hogere leeftijd geen kraamzorg meer aangeboden.’

Werkt IZIT ook samen met andere regio’s?

‘We werken zelfs intensief samen met de andere regio’s. We werken samen aan standaardisatie en interoperabiliteit. In Nederland zijn zeven met IZIT vergelijkbare regio’s en we proberen allemaal dezelfde richting op te ontwikkelen. Het voordeel is dat we zonder problemen kunnen uitwisselen met andere regio’s. In het noorden zit bijvoorbeeld stichting GERRIT. Onze ziekenhuizen werken regelmatig samen met UMC Groningen. Deze koppeling kan zonder problemen gemaakt worden omdat we op regionaal niveau afspraken hebben. Bovendien kunnen de ziekenhuizen dan ook gelijk met het Martini ziekenhuis in Groningen samenwerken omdat ook dit ziekenhuis dezelfde standaarden gebruikt. Zo hoeven we niet per organisatie afspraken te maken, maar kunnen we erop vertrouwen dat de hele regio dezelfde standaarden gebruikt.’

En het LSP?

‘We zijn voortdurend met de VZVZ, uitvoerder van het LSP, in gesprek over functionaliteiten die wij regionaal in willen zetten. Bijvoorbeeld het regionale adresboek met een overzicht van zorgaanbieders. Zo zijn er wel meer diensten die we regionaal willen gebruiken. Dat scheelt ons weer ontwikkeling en beheer. Bij het LSP ligt op dit moment nog de nadruk heel erg op de infrastructuur en aansluitingen. Wij zouden bijvoorbeeld graag zien dat we regionaal gebruik kunnen maken van het LSP zodat we medicatiegegevens kunnen delen. Dan hoeven we zelf geen regionaal medicatiedossier te ontwikkelen.’

Hoe ziet de toekomst eruit?

‘Nederland bestaat uit een gigantisch netwerk aan wegen en paden. Wij proberen een aantal kleine paadjes te vervangen door een weg. Met de ontwikkeling van generieke diensten, proberen we het ict-landschap langzaam te veranderen. Ik heb geen illusie dat we in Nederland straks één systeem of infrastructuur hebben. Er zullen altijd losse initiatieven zijn, maar die moeten wel op elkaar aangesloten worden als dat nodig is. Denk aan het wegennetwerk in Nederland. We hebben straten in gemeenten, regionale wegen en rijkswegen. Iedereen gebruikt deze wegen zonder af te vragen van wie de weg precies is. Dat kan in de zorg ook.’

 

 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.