‘Zorg van de Zaak gaat ondersteunen en prikkelen’

[Exclusief] Het arbonetwerk Zorg van de Zaak en het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk hebben op 12 februari een intentieovereenkomst getekend tot samenwerking. Het is voor het eerst dat een Nederlands ziekenhuis zich op zo’n grote schaal verbindt met een speler uit de bedrijfsgezondheidszorg. De partijen streven ernaar de voorbereidingen per 1 juli 2014 af te ronden. Marius Touwen, CEO van Zorg van de Zaak, wilde al langer samenwerken met een aanbieder in de tweede lijn en legt uit wat de samenwerking met een ziekenhuis toevoegt.
Marius Touwen
Marius Touwen

Hoe is de intentieovereenkomst met het ziekenhuis tot stand gekomen?

Zorg van de Zaak bestaat uit verschillende bedrijven op het gebied van werk, inzetbaarheid en gezondheid. Dertig procent van de verzuimklachten van werknemers zijn fysiek en daar wilden we meer mee doen. Eerdere pogingen om commerciële klinieken toe te voegen, liepen op niets uit. We wilden toch graag een aanbieder uit de tweede lijn toevoegen aan ons netwerk. Om die reden ben ik gaan kijken naar ziekenhuizen. Dat heb ik aan veel mensen om me heen laten weten en uiteindelijk is er contact gekomen met het Rode Kruis Ziekenhuis.

Ligt een aanbieder uit de eerste lijn niet meer voor de hand?

Juist niet, bij de huisarts is bijna iedereen al geweest voordat ze bij een bedrijfsarts komen. Ook zijn de meeste klanten al bekend bij de fysiotherapeut. Maar in het ziekenhuis kom je pas in een later stadium. Door de samenwerking met het ziekenhuis kunnen bedrijfsartsen terugvallen op expertise van gespecialiseerde artsen. Denk bijvoorbeeld aan dermatologie. Veel beroepsziekten uiten zich in huidkwalen. Wanneer een bedrijfsarts het niet zeker weet, stuurt hij een foto naar een dermatoloog en zo krijgt hij snel een second opinion.

Nog andere voordelen?

De samenwerking geeft ons de mogelijkheid nieuwe, innovatieve vormen van bedrijfsgezondheidszorg te ontwikkelen, zoals een polikliniek voor beroepsziekten en arbeidsgerelateerde programma’s voor hulp bij bijvoorbeeld obesitas, diabetes en stoppen met roken. Met name het stoppen-met-rokenprogramma van het RKZ is uniek. Daarvan zouden we een commerciële variant  kunnen aanbieden bij bedrijven. Daarnaast is de toegang tot kennis van het ziekenhuis erg belangrijk. Voor het grootste deel van de zorg die we leveren is deze kennis niet nodig, maar bij second opinions kan dat, zoals gezegd, erg handig zijn. Verder hebben we elk jaar een landelijk congres voor bedrijfsartsen. Daar zouden we specialisten kunnen laten vertellen over hun expertise. Natuurlijk profiteert het ziekenhuis ook van onze kennis. Wij hebben meer ervaring om in een commerciële omgeving te opereren. En nu ziekenhuizen voor een soortgelijke situatie staan, kunnen wij onze ervaringen met het RKZ delen.

Hoe ziet de samenwerkingsstructuur eruit?

Het ziekenhuis is momenteel nog een stichting. Die wordt omgevormd naar een bv waarvan wij 75 procent van de aandelen bezitten. De overige 25 procent van de aandelen komt in handen van de medisch specialisten. Bij belangrijke beslissingen moet 80 procent van de aandeelhouder vóór zijn. Zo heb je elkaar voor alle belangrijke besluiten nodig. Ook willen we de ondernemingsraad en cliëntenraad een meer invloedrijke positie geven. Zeker wanneer je onderneemt op maatschappelijk terrein is het belangrijk om alle stakeholders te betrekken. Jeroen van Roon en Johan Wagenaar (raad van bestuur RKZ, red.) blijven gewoon in het bestuur van het ziekenhuis. Op dat gebied geen wijzigingen. Ik heb geen enkel belang om daar iets te veranderen. Als aandeelhouder heb ik rechten, maar daar blijft het bij. Mijn rol bestaat vooral uit ondersteunen en prikkelen.

Kwam er veel kritiek op de intentieovereenkomst?

Eigenlijk heel weinig. Zelf was ik erg verrast over de vele positieve geluiden. Wel vroeg de SP via Kamervragen om duidelijkheid. Ze vroegen bijvoorbeeld of mensen die gelieerd zijn aan Zorg van de Zaak voorrang krijgen bij electieve zorg. Dat is niet het geval. En collega-arbodiensten gaven aan dat zij graag wilden meeprofiteren van de voordelen en dat vind ik prima. Zelf weet ik hoe lastig het is om dit te organiseren. Ik erger me ook wild aan bedrijven die alle kennis voor zichzelf willen houden om ergens de loef af te steken. Dat is absoluut niet onze insteek. Misschien geen commerciële gedachte, maar we zijn toch erg succesvol. Dus blijkbaar schaadt het de bedrijfsvoering niet.

En de toekomst?

In het netwerk van bedrijven ontbreken nog enkele kleine specialismen, maar die voeg ik liever toe via samenwerking. Het zal nog wel even duren voordat we daarmee aan de slag gaan. Ik heb een gouden regel en dat is: werk nooit parallel. We focussen ons nu eerst op de samenwerking met het Rode Kruis Ziekenhuis. Op 1 juli hopen we de voorbereidingen afgerond te hebben. De intentieovereenkomst is overigens al behoorlijk uitgebreid, het gaat echt om de puntjes op de i. Verder hebben we een aantal leuke en creatieve oplossingen gevonden. Mijn verwachting is dat het geen problemen oplevert.



Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.