Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Opinie | Maak bewegen voor ouderen een publieke verantwoordelijkheid

Op 18 mei startte de Nationale Beweegweek voor ouderen. Volgens Kirsten Andres, directeur-bestuurder van het Nationaal Ouderenfonds, laat die week vooral zien dat bewegen voor ouderen nog te vaak afhangt van toeval.
Portretfoto van Kirsten Andres, directeur-bestuurder Nationaal Ouderenfonds
Kirsten Andres, directeur-bestuurder Nationaal Ouderenfonds | Foto: eigen archief

Dat ouderen voldoende bewegen, is geen vanzelfsprekendheid. Gemiddeld voldoet 41,1 procent van de 65-plussers aan de beweegrichtlijnen. Maar achter dat cijfer gaat een ongemakkelijke werkelijkheid schuil. Vooral vitale, hoogopgeleide en financieel sterkere ouderen weten de weg naar sportclubs, fitnesscentra of wandelgroepen te vinden.

Voor ouderen met een lage sociaaleconomische positie, een chronische aandoening, beperkte mobiliteit of een klein sociaal netwerk ligt dat wel anders. Juist zij kunnen veel gezondheidswinst behalen, maar worden het minst bereikt. Dat is geen individueel falen. Dat is systeemfalen.

Te vaak bepaalt toeval wie meedoet

Bij het Nationaal Ouderenfonds zien we dagelijks wat het ontbreken van structureel beleid betekent. Wekelijks begeleiden we ongeveer 20.000 ouderen via programma’s als OldStars, OldStars in de Wijk en De Derde Helft.

Daarin zien we hoe verschillend ouderen zijn. De één meldt zichzelf aan bij een vereniging. De ander heeft iemand nodig die letterlijk naast hem of haar gaat staan. De één zoekt competitie en ontmoeting. De ander probeert na ziekte of verlies opnieuw vertrouwen te krijgen in zijn of haar lichaam.

Maar of die hulp beschikbaar is, hangt te vaak af van de gemeente waarin iemand woont, het lokale netwerk, tijdelijke subsidie en het aantal vrijwilligers. Er wordt nog te weinig gekeken naar wat ouderen nodig hebben en het aanbod is versnipperd en afhankelijk van lokale mogelijkheden.

Preventie vraagt om verantwoordelijkheid

Nederland hoeft niet meer overtuigd te worden van het belang van bewegen. We weten dat bewegen ouderen langer zelfstandig houdt, eenzaamheid kan verminderen, de mentale gezondheid versterkt en zorgkosten kan verlagen.

Toch blijft sport en bewegen een vrijblijvend onderdeel van het preventiebeleid. Daardoor is het vaak een kwetsbaar thema als er bezuinigd moet worden. Er zijn goede initiatieven, maar te weinig continuïteit en een beperkt langetermijnbeleid voor ouderen.

Daarom is er een Sport- en Beweegwet nodig. Die wet moet vastleggen dat sport en bewegen geen tijdelijke ambitie zijn, maar een structureel onderdeel van de volksgezondheid. Iédere oudere moet toegang hebben tot een passend beweegaanbod. Gemeenten moeten daar structureel verantwoordelijkheid voor dragen.

Ondersteuning moet blijven bestaan

Dat vraagt ook om langdurige financiering en duurzame samenwerking tussen sport, zorg en welzijn. Bewegen wordt pas een gewoonte als mensen erop kunnen rekenen dat de ondersteuning blijft bestaan.

De echte vraag is waarom Nederland accepteert dat gezond oud worden afhangt van postcode, netwerk en zelfredzaamheid. We weten dat preventie werkt, nu moeten we die kennis omzetten in structurele keuzes. Juist daarom is het vastleggen van die ambitie in een Sport- en Beweegwet (meer dan) noodzakelijk.

Door Kirsten Andres, directeur-bestuurder Nationaal Ouderenfonds

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.