Blog: De kunst van het indicatoren schrappen

Er steekt weer eens een stormpje op van verontwaardiging over de grote hoeveelheid kwaliteitsindicatoren die ziekenhuizen moeten aanleveren. Dat is niet de eerste keer, want de zorg is al minstens tien jaar bezig om de regeldruk te verminderen. Zou deze keer de laatste zijn?
Carina van Aartsen, redacteur Zorgvisie

De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen gebruikte sterke bewoordingen: ‘de maat is vol’. Tja. Toch waren het de ziekenhuizen die ooit zelf zijn begonnen met kwaliteitsindicatoren.

Ziekenhuizen

Denk bijvoorbeeld aan de NIAZ-accreditaties die een hulpmiddel moesten vormen voor de zorgverzekeraars om de kwaliteit van ziekenhuizen te beoordelen. Het lijkt nu eerder andersom, alsof de zorgverzekeraars zijn begonnen met het uitstrooien van grote hoeveelheden indicatoren. Zorgverzekeraars hebben natuurlijk wel een duit in het zakje gedaan waar het gaat om ‘vervolmaken’ van de registraties en het toevoegen van eigen indicatoren uit concurrentieoogpunt. Als het erop aan komt, houden alle partijen elkaar in een wurggreep en denken ze van elkaar dat ze een bepaalde registratie verplichten. Dus blijft iedereen eraan meedoen. Waarbij er bijna een soort wedstrijd ontstaat wie zich het best aan de regels houdt.

Kwaliteitsindicatoren

Het Diakonessenhuis wierp twee weken geleden de knuppel in het hoenderhok. Het Utrechtse ziekenhuis kondigde aan te stoppen met honderd vrijwillige kwaliteitsindicatoren. Massale bijval bleef uit. Ondanks het feit dat deze dus sinds dit jaar niet meer verplicht hoeven te worden aangeleverd en je je zou kunnen afvragen waarom andere ziekenhuizen hier in vredesnaam nog tijd aan besteden, bleek het ziekenhuis zelfs kritiek te krijgen. ZN en Patiëntenfederatie Nederland vonden zelfs dat de schrapactie van het Diakonessenhuis ‘kant noch wal raakt’. Elf van de veertien indicatorensets met vrijwillige indicatoren zouden zijn gebaseerd op wetenschappelijke kwaliteitsregistraties die hun oorsprong vinden in de beroepsgroep. De openbare indicatorensets zijn volgens ZN en de Patiëntenfederatie bovendien samengesteld door zorgprofessionals, patiëntenorganisaties en zorgverzekeraars en dus een afspiegeling van wat zij belangrijk vinden. ZN en de Patiëntenfederatie vinden dat het Diakonessenhuis ‘de botte bijl’ hanteert. Zo moeilijk kan het dus zijn om te stoppen met registraties, zelfs als ze vrijwillig zijn.

IGJ

Het UMCG, Radboudumc en ziekenhuis Rijnstate pakken het anders aan. Zij sloten een deal met de Inspectie en mogen nu een kernset indicatoren aanleveren in plaats van de hele set verplichte IGJ-indicatoren. Dit is een experiment waarbij na twee jaar wordt bekeken of het inderdaad de bureaucratie verlaagt en of de kwaliteit van zorg omhoog gaat.

Kwaliteitsstandaards

De nieuwste pogingen de registratielast te verlichten, zijn hoopgevend. Zal het aantal registraties daadwerkelijk dalen? Wat blijft er over van een schrapactie als de ene na de andere partij toch weer vindt dat die ene speciale indicator toch echt moet blijven? De discussie is weer op gang gebracht en we wachten het resultaat af. Al valt er nog wat te verwachten van het Zorginstituut Nederland waar ongetwijfeld nog de nodige kwaliteitsstandaards vandaan komen. Leidt dat niet tot meer, nieuwe indicatoren? Verplicht of niet verplicht? Voor de registratielast maakt het niet uit.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.