De ‘zwarte’ lijst en de slappe verpleeghuisnorm

De jaaroverzichten vliegen je in deze tijd van het jaar om de oren. Wat springt er in 2016 uit in de gezondheidszorg? Voor mij zijn dat de ‘zwarte lijst’, het manifest van Hugo Borst en de discussie rond de bezettingsnorm voor verpleeghuizen.
Bart_2016_450.jpg

De presentatie van de IGZ-lijst van verpleeghuizen met kwaliteits-issue, sloeg begin juli in als een bom. De emoties liepen hoog op, in de huizen, in de bestuurskamers, in de Tweede Kamer, op het ministerie. Familieleden van bewoners maakten zich zorgen. Voor de verzorgenden en verpleegkundigen, die keihard werken en daarvoor vaak niet de waardering krijgen die ze verdienen, was de IGZ-lijst een klap in het gezicht. Bestuurders vroegen zich af, misschien wel terecht, waarom zij wel op de lijst stonden en de buurman niet, terwijl de situatie daar toch echt niet veel anders was. Zeker als ze ontslagen werden.

‘Zwarte lijst’
Het debat in de Tweede Kamer vloog alle kanten op. En dan waren er natuurlijk de media die de IGZ-lijst frameden als ‘zwarte’ lijst. De term bekt lekker en geeft kort weer het om gaat. Berichten met dergelijke koppen worden gretig gelezen en beantwoorden kennelijk aan een diepe behoefte bij veel lezers. Voor media die voor hun inkomsten afhankelijk zijn van veel lezers is het dan wel erg veel gevraagd om af te zien van deze term.

‘Grijze schapen’
Zelf ben ik de term al vrij snel tussen aanhalingstekens gaan plaatsen, omdat de werkelijkheid volgens mij niet zo zwart-wit is. De lijst van elf is redelijk willekeurig tot stand gekomen. De IGZ meet maar een klein stukje van wat kwaliteit bepaalt. Sommige huizen registreren nauwgezet, terwijl andere het niet zo nauw nemen. Het grootste deel van de verpleeghuizen bestaat ‘grijze’ schapen, niet ‘witte’ of ‘zwarte’ schapen.

Sturen op positieve emoties
De naming and shaming van de IGZ-lijst kan averechts werken. ‘Wie de kwaliteit in verpleeghuizen wil verbeteren, kan beter sturen op positieve emoties.’ Dat zei hoogleraar Joris Slaets onlangs tegen mij in een interview. Belonen werkt nu eenmaal beter dan straffen. De huizen zijn zich krampachtig gaan richten op zaken waarop de IGZ handhaaft: hygiëne, wassen, aankleden en veiligheid. De verzorgenden hebben dan geen ruimte en tijd meer voor waar het echt om gaat: vanuit empathie liefdevolle zorg bieden.

Bestuurders willen geen verantwoording
Een andere wetenschapper, Xander Koolman, herkent dit risico, maar verbaast zich over de onwil van bestuurders van verpleeghuizen om publiekelijk verantwoording af te leggen over de kwaliteit. Dat kan door de kwaliteit te meten, open te zijn over de uitkomsten en die te gebruiken om de zorg te verbeteren. ActiZ mocht daar tien jaar lang over meedenken. ‘De start was veelbelovend’, zegt Xander Koolman, die daarbij betrokken was. ‘Maar alle internationaal gevalideerde indicatoren zijn in de loop der tijd stelselmatig onderuit gehaald zonder dat er constructief gewerkt werd aan alternatieven om kwaliteit vergelijkbaar te maken. Daardoor ontstond het beeld dat bestuurders niet bereid zijn om verantwoording af te leggen over de kwaliteit van hun zorg.’

Geen harde personeelsnorm
Als uitkomsten niet worden gemeten, dan kan de samenleving volgens Koolman als alternatief eisen stellen aan het werkproces. De harde personeelsnorm is er daar een van. Maar ook dat wil de sector niet. Dat die er niet zou komen, heb ik drie maanden geleden voorspeld: ‘Verpleeghuizen zullen zich blijven verzetten tegen indicatoren waarop ze kunnen worden afgerekend. Kan het Zorginstituut Nederland (ZIN) die machtige lobby weerstaan? Daarnaast is het vraag of het ZIN gaat voor een harde norm voor personeelsbezetting die duidelijk zal maken dat de sector extra geld nodig heeft. Het ministerie van VWS zal achter de schermen druk uitoefenen op het ZIN om tot een slappe norm te komen, want extra geld voor zorg is er niet. Heeft het Zorginstituut voldoende ruggengraat om die politieke druk te weerstaan? Hoe machtig is het Zorginstituut eigenlijk?’

Slappe bezettingsnorm
Nu zijn we drie maanden verder en moeten we helaas vaststellen dat het Zorginstituut met een slappe norm is gekomen. Het instituut bedient zich daarbij van slappe argumenten, zoals het ontbreken van wetenschappelijke onderbouwing voor een norm. Het ministerie heeft daarmee geen kostenopdrijvende norm gekregen en de bestuurders kunnen zonder hinderlijke bemoeienis van buiten hun werk doen.

Manifest van Hugo Borst
Toch zijn we er nu niet klaar mee. In de samenleving is veel onvrede over verpleeghuizen. Het is niet voor niets dat het manifest van Hugo Borst zo massaal steun krijgt. Heel veel mensen herkennen zich in zijn oproep, omdat ze in hun omgeving soortgelijke verhalen zien. Op te veel plekken gaat het niet goed. Met die onvrede moet de sector wat. Maar ActiZ lijkt te denken dat het wel overwaait. De brancheorganisatie wil af van elke vorm van verantwoording. ‘Vertrouw ons maar op onze blauwe ogen.’ Het probleem is juist dat dit vertrouwen te vaak is beschaamd. Met het manifest van Hugo Borst is de geest is uit de fles. Die krijg je er niet zo maar weer in. Het waait niet over. Bestuurders van verpleeghuizen doen er goed aan zich constructiever op te stellen.

1 REACTIE

  1. Hopelijk zijn er steeds meer moedige bestuurders die met hun organisatie een duurzame en navolgbare move willen maken van organisatie naar klantfocus. Vanuit Novire hebben we afgelopen 10 jaar ontwikkeld aan een onafhankelijk en volstrekt nieuw kennismodel dat in 2013 geaccrediteerd is en beheerd wordt onder Stichting Beheer Improvement Model. Het kwaliteitsschema heeft daarmee dezelfde statuur als ISO voor de zorg, HKZ en Prezo, maar gaat paar stappen verder op de uitkomsten in van het klant, medewerker en organisatieproces. Het gaat ook over bedrijfsvoering (bijv. personeelsformatie vs indicatie) en is qua toetsingsopzet zo breed als de hele wet- en regelgeving in de zorg. Zodat er rust en samenhang ontstaat vanuit het klantproces voor de medewerker, organisatie en stakeholder (financier en toezichthouder). Het unieke van dit toetsingsplatform is dat het een onafhankelijk initiatief is; van het werkveld, voor het werkveld! Uitdaging is nu dat NL dit soort initiatieven niet zo gewend is, en zich derhalve nog niet goed weet te verhouden…
    Echter als in het werkveld 'een schaap over de dam is, zullen er meer volgen'… En dat begint zich nu af te tekenen…

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.