Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties3

Opinie | IZA-gelden financieren fragmentatie, niet samenhang

BabyConnect was een mooi project: gegevensuitwisseling in de geboortezorg tussen verloskundigen, ziekenhuizen en kraamzorg in negen Nederlandse regio's. Gefinancierd uit VIPP, bedoeld om databeschikbaarheid te versnellen. Elke regio bouwde zijn eigen architectuur, contracteerde zijn eigen IT-leveranciers. Negen keer opnieuw uitvinden hoe je zwangerschapsdata uitwisselt.
Joost Akkermans, gynaecoloog | Fotografie: MST

Het subsidietraject is afgerond. Wat hebben we? Negen regionale oplossingen die deels met elkaar praten, deels niet. Ondertussen blijft het einddoel: één landelijk dekkend netwerk. Waarom hebben we dan niet vanaf het begin één architectuur gebouwd, met uniforme standaarden waar elke regio op kon aanhaken?

De trein die er niet is

BabyConnect is geen uitzondering, het is een symptoom. Eerst VIPP: tientallen projecten, decentraal uitgevoerd, minimale regie. Nu de IZA-transformatiemiddelen: miljarden voor databeschikbaarheid en ketenzorg. Maar opnieuw, decentrale uitvoering, geen landelijke standaarden, geen verplichte architectuurkeuzes.

Wat de zorg nodig heeft is simpel: een trein waar je op kunt aanhaken. Een landelijk spoor met duidelijke rails; FHIR-standaarden, uniforme zibs, gestandaardiseerde definities. Regio’s kunnen dan innoveren op wat ertoe doet: ketenregie, user experience, lokale inbedding. Maar de basis, hoe systemen met elkaar praten, die moet landelijk georganiseerd zijn.

In plaats daarvan kregen we vrijblijvendheid. Elke regio mocht zijn eigen trein bouwen, op zijn eigen spoorwijdte.

Het ecosysteem van afhankelijkheid

Het resultaat is voorspelbaar. Er is een landschap ontstaan van organisaties die bestaan bij de gratie van subsidiestromen. Stichtingen die regionale platforms beheren. Leveranciers met lokale contracten. Governancestructuren die jaarlijks verlengd moeten worden. Niemand heeft belang bij consolidatie want dat bedreigt de eigen bestaansgrond.

VWS lanceerde ondertussen het Landelijk Dekkend Netwerk (LDN), ook voor databeschikbaarheid. Ook tientallen miljoenen. Het liep parallel aan VIPP en IZA. Dezelfde ambitie, meerdere sporen, geen gedeelde architectuur.

Coördineren in plaats van bouwen

Deze week maakten VWS, Zorgverzekeraars Nederland en Stichting CumuluZ bekend dat ze ‘samenhang gaan borgen’ tussen regionale en landelijke data-initiatieven. Er komt een Coördinatieteam om ‘dubbele investeringen te voorkomen’.

Lees: we gaan nu stroomlijnen wat we vanaf het begin hadden moeten organiseren. BabyConnect blijft negen regionale oplossingen. IZA-projecten blijven decentraal. Maar er komt een overleg laag om ‘hergebruik te stimuleren’. Alsof dat achteraf goedkoper is dan het vanaf dag één goed doen.

Het is de klassieke bestuurlijke reflex: als iets niet werkt, voeg dan een coördinatielaag toe. Maar coördinatie lost geen architectuurproblemen op. Je kunt negen verschillende spoorsystemen niet met overleg interoperabel maken.

De gemiste kans

We hadden één trein kunnen bouwen waarop iedereen kan instappen. Niet voorschrijven welk platform regio’s gebruiken, maar wel eisen dat iedereen dezelfde taal spreekt. Dan hadden regio’s kunnen innoveren binnen een gegarandeerd interoperabel systeem.

In plaats daarvan hebben we geïnvesteerd in herhaling. De rekening betalen de verloskundigen die data moeten aanleveren aan incompatibele systemen. En de zwangere die verhuist en merkt dat haar dossier niet meekomt.

De zorg heeft geen behoefte aan nóg een coördinerend overleg. De zorg heeft behoefte aan landelijke architectuur en regie. Aan een trein waar je in kunt stappen en rails waarop je kunt rijden.

Die trein is er niet. En lijmen gaat hem niet creëren.

Door Joost Akkermans, gynaecoloog en Chief Medical Data Officer, Medisch Spectrum Twente

3 REACTIES

  1. Dank voor de reacties op mijn column over IZA-gelden en fragmentatie. Die bewust geschreven is om te prikkelen. Verschillende betrokkenen bij BabyConnect wijzen terecht op nuances waar ik aan voorbij ben gegaan en die nuancering van mijn kant verdienen.

    BabyConnect heeft inderdaad één landelijke architectuur, één FHIR-standaard, en gezamenlijke contractering van leveranciers. De negen regio’s implementeerden dezelfde oplossing, geen negen verschillende systemen. Dat is het resultaat van slimme keuzes die aan het begin van het programma zijn gemaakt: bewust streven naar een gezamenlijke aanpak, landelijke coördinatie, uniforme standaarden. Precies die keuzes zijn wat we nu in veel IZA-projecten missen. Dat verdient expliciete erkenning en waardering. Daar ben ik te kort door de bocht gegaan.

    Maar dat maakt het probleem dat ik signaleer alleen maar pijnlijker: Ondanks die goede architectuur zie ik nu in een recente uitvraag bij 36 ziekenhuizen dat 9 ziekenhuizen niet zijn aangesloten, 27 aangesloten huizen geven zonder uitzondering aan dat het systeem in de dagelijkse praktijk niet of nauwelijks gebruikt wordt (bron: recente regionale uitvraag, februari 2026).

    Dat is niet de schuld van de partners die zich keihard hebben ingezet. BabyConnect heeft governance én borging opgezet, dat is exemplarisch. Maar zelfs met die voorzieningen zien we dat adoptie niet volgt. Dat wijst op een dieper probleem: vrijblijvendheid bij cruciale partijen zoals EPD-leveranciers en eindgebruikers.
    Cruciale partijen konden of op hun eigen voorwaarden meedoen, of niet. Dat is precies wat ik bedoel met “subsidies zonder architectuurregie”. Niet technische architectuur, maar bestuurlijke architectuur: verplichtende kracht, dit werkt pas als iederen mee doet.

    Een technisch werkend systeem dat in de praktijk niet werkt, is geen oplossing. En nu dreigt een volgend probleem: duurzame financiering. In 2026 is financiering via RSO geborgd. Er zijn afspraken over structurele financiering vanaf 2027. Maar als het systeem in de praktijk niet gebruikt wordt, vrees ik dat VSV’s niet vrijwillig zullen investeren in iets dat hun werk niet verlicht. Dan sterft een technisch goed systeem alsnog een stille dood.

    Dat zou dramatisch zijn.

    Mijn punt blijft: we hebben geen behoefte aan nóg meer coördinatie achteraf bij landelijke digitaliserings projecten. We hebben behoefte aan verplichtende standaarden vanaf dag één. BabyConnect heeft laten zien wat er mogelijk is met de juiste keuzes aan het begin. Laten we ervoor zorgen dat die les niet verloren gaat, en dat goede systemen niet stranden op vrijblijvendheid.

  2. Lees alle reacties
  3. Beste Joost,
    Je pleidooi voor landelijke, zorgbrede standaardisatie onderschrijf ik volledig. Met Babyconnect als voorbeeld sla je de plank helaas net mis. Babyconnect is juist opgetuigd vanuit landelijke standaardisatie in infrastructuur en Eenheid van Taal. De softwareleveranciers zijn landelijk door alle regio’s gecontracteerd en aan 1 regio’s (kartrekkerregio) gemandateerd toebedeeld om data in die Eenheid van Taal beschikbaar te stellen. Voor alle landelijke organisaties die met die software werken. Op basis van het interoperabiliteitsmodel van Nictiz.
    Omdat er veel (zorgbrede) randvoorwaarden nog niet aanwezig waren, heeft Babyconnect die moeten ontwikkelen, wat reden is geweest voor vertraging in het programma. Er zijn dan 2 keuzes: wachten of zelf ontwikkelen en doorgaan. Babyconnect heeft voor het laatste gekozen. Daar geloof ik in, want in cocreatie met eindgebruikers kom je verder en is het lerend vermogen groter dan achter de tekentafel blijven zitten.
    Daardoor kunnen er inmiddels binnen geboortezorg gegevens worden uitgewisseld en heeft Babyconnect laten zien dat deze architectuur werkt en diverse zorgbrede standaardisaties gekatalyseerd.
    Daarmee zijn we er nog niet. Doorontwikkeling is nodig in groei van databeschikbaarheid, en in blijvend aansluiten op landelijke ontwikkelingen zoals generieke functies en het generieke fundament voor informatiestandaarden waar Nictiz aan werkt. Ook daarin zijn ervaringen die zijn opgedaan tijdens Babyconnect van grote waarde.
    Ik pak graag de handschoen met je op om ons hier samen voor in te zetten.
    Durk Berks, functioneel beheerder Blinkz

  4. Dit klinkt heel negatief Joost en dat doet Babyconnect en alle inspanningen die zijn verricht geen recht.

    De praktijk is dat alle partnerschappen en nu alle RSO’s wel degelijk heel nauw hebben samengewerkt om onder 1 architectuur, 1 afsprakenstelsel inclusief de FHIR standaarden (Nicitz, Medmij) een landelijk dekkend netwerk hebben gecreëerd. Het is bovendien zeer schaalbaar en herbruikbaar voor andere use cases zoals meerdere regio’s in het kader van IZA trajecten nu daadwerkelijk implementeren. Ook wordt in dit kader samen met VWS gewerkt aan de generieke functies.

    Er zijn zeker nog veel verbeterpunten om aan te werken en dat gebeurd nu ook onder een landelijke beheerorganisatie Blinkz waarin ook de VSV federatie en koepels goed zijn vertegenwoordigd. Het is het enige programma dat nu ook structureel is gefinancierd tegen minimale kosten.

    Wat ik niet goed snap is dat we onder regie van Blinkz samen aan deze verbeteringen kunnen werken maar dat regio’s zoals Twente nu zelf kiezen om van deze lijn af te wijken en zelf alles opnieuw gaan bouwen en dat tegen extreem hoge kosten met publiek geld. Nota bene met Amerikaanse technologie die ons nog afhankelijker maakt.

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.