Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Opinie | Zelfstandig in de zorg: eindspel begonnen?

Voor veel zorgprofessionals is zelfstandig werken geen vrije keuze meer, maar een positie die continu verdedigd moet worden. Voeren we wel de juiste discussie over de inzet van zzp'ers?
Barry de Vent, contentspecialist Nextens | Foto: eigen archief

Werken als zelfstandige in de zorg voelt in 2026 minder vanzelfsprekend dan enkele jaren geleden. Waar het zzp-schap lange tijd werd gezien als oplossing voor personeelstekorten en werkdruk, is het nu vooral een onderwerp van juridische toetsing en politieke discussie.

Aangescherpte handhaving

Sinds 2025 controleert de Belastingdienst strenger op schijnzelfstandigheid, vooral in sectoren als de zorg. In 2026 ligt de focus minder op contracten en meer op de feitelijke werksituatie. Zzp’ers die structureel meedraaien in vaste teams, werken volgens instellingroosters en weinig zeggenschap hebben over hun inzet, lopen risico op herkwalificatie naar dienstverband.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek registreerde in 2025 een daling van 28 duizend zzp’ers in het eerste kwartaal, oplopend tot meer dan 70 duizend later in het jaar. Dit betrof vooral zelfstandigen voor wie zzp-schap de hoofdinkomstenbron was. Tegelijkertijd bleef het aantal ingeschreven zzp-bedrijven stabiel of nam licht toe, wat wijst op zelfstandigen die wel ingeschreven blijven, maar minder of anders werken. In de zorg groeit het aantal zzp’ers niet meer; velen kiezen voor loondienst, flexcontracten of detachering.

Onzekerheid

De juridische context maakt zelfstandig werken ingewikkeld. Het Deliveroo-arrest (een uitspraak van de Hoge Raad waarin werd bepaald dat geen enkel criterium op zichzelf bepaalt of iemand zelfstandig is, maar dat een combinatie van gezag, inbedding en economische afhankelijkheid telt) benadrukt dat geen enkel criterium op zichzelf bepaalt of iemand zelfstandig is; gezag, inbedding en economische afhankelijkheid wegen samen. In zorginstellingen, met vaste roosters en protocollen, is zelfstandigheid moeilijk overtuigend te realiseren.

Het grootste risico ligt vaak niet bij fiscale handhaving, maar bij civiele procedures. Zzp’ers stappen vaker naar de rechter om achteraf aanspraak te maken op rechten zoals loon bij ziekte, vakantiegeld of pensioen. Dit leidt tot terughoudendheid bij instellingen en verkorte of geschrapte opdrachten. Een voorbeeld: een zelfstandig verpleegkundige werkte jarenlang via een bemiddelingsbureau op vaste afdelingen. In 2026 stopte de instelling deze inzet uit angst voor herkwalificatie. De verpleegkundige koos uiteindelijk voor loondienst, niet uit interesse voor de functie, maar uit behoefte aan rust en voorspelbaarheid.

Politieke richting

De aangescherpte aanpak volgt ook Europese afspraken om schijnzelfstandigheid terug te dringen. Tegelijkertijd werkt de politiek aan nieuwe wetgeving zoals de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties. De voorgestelde criteria bieden nog weinig houvast voor de zorgsector, waar samenwerking en vaste roosters noodzakelijk blijven.

Voor zorgprofessionals betekent dit dat zelfstandig werken alleen houdbaar is wanneer ondernemerschap daadwerkelijk vorm krijgt. Dat vraagt zeggenschap over werktijden, meerdere opdrachtgevers en vermijding van structurele inbedding bij één organisatie. In veel zorgfuncties is dit lastig door personeelstekorten en continuïteitseisen.

Het zzp-schap in de zorg verdwijnt niet, maar verschuift van structurele inzet naar tijdelijke, specialistische of projectmatige rollen. In 2026 draait de discussie niet langer om voor of tegen zzp’ers, maar om de vraag waar zelfstandigheid echt past en waar loondienst of andere contractvormen beter aansluiten bij de realiteit van zorgverlening.

Door Barry de Vent, contentspecialist bij Nextens

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.