Bruins: ‘Ziekenhuizen laten goede ontwikkelingen zien wat betreft wachttijden’

Ondanks recente berichtgeving rondom de lange wachttijden in de ziekenhuiszorg, meldt minister Bruins dat er ook veel verbeteringen te zien zijn. Om wachttijden in de toekomst te kunnen blijven verminderen, is nog meer gezamenlijke inspanning nodig van partijen die zich hier nu aan gecommitteerd hebben, aldus de minister.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Het algemene beeld over de wachttijden in de medisch specialistische zorg is dat er voor de polikliniek met name drie specialismen een landelijk gemiddelde wachttijd boven de Treeknorm hebben, namelijk allergologie, maag-, darm- en leverziekten en oogheelkunde. ‘De wachttijd wisselt sterk per regio en per specialisme. Het landelijke gemiddelde van de wachttijden is niet overal gedaald, maar er zijn zeker goede ontwikkelingen te zien’, schrijft Bruins in een Kamerbrief. ‘Zo is bijvoorbeeld bij oogheelkunde, waar NZa gerichte acties heeft ondernomen om partijen bij elkaar te brengen, bekeken hoe de oogzorg het beste georganiseerd kan worden. Betrokken partijen maken taakherschikking naar optometristen mogelijk, omdat bleek dat de oogarts overbelast was en de optometrist ruimte heeft. Volgens de NZa blijkt uit meest recente cijfers dat voor een eerste polikliniekbezoek aan een oogarts de wachttijd in oktober een daling laat zien ten opzichte van het begin van dit jaar.’

Maag-, darm- en leverziekten

Tevens werken partijen binnen het specialisme maag-, darm- en leverziekten aan taakherschikking. ‘Daarnaast speelt hier ook mee dat het bevolkingsonderzoek darmkanker een effect heeft op de wachttijden. De afgelopen jaren zijn meer artsen opgeleid die de komende jaren hun opleiding afronden en bijdragen aan de toename van capaciteit’, aldus Bruins. ‘Het succes bij deze aanpak is dat partijen elkaar vinden. De NZa benadrukt dat samenwerking essentieel is en in principe ‘overal’ toegepast kan worden. NZa ondersteunt en jaagt aan als dat nodig is. Er zijn meerdere goede voorbeelden zoals deze waardoor meer patiënten geholpen worden in de eerste lijn en meer patiënten ondergebracht worden bij een andere aanbieder. Zoals ook het initiatief van een zorggroep in Groningen en het Martini ziekenhuis, die samen onnodige doorverwijzingen proberen te voorkomen met digitale consultatie. Deze voorbeelden leiden ertoe dat patiënten vaker minder lang hoeven te wachten.’

‘Kassa-analyse geeft geen volledig beeld’

Uit recentelijk onderzoek van het consumentenprogramma Kassa bleek dat de wachtlijsten in de ziekenhuizen de pan uitrijzen. Het programma liet weten dat patiënten met oogproblemen, allergieën of mensen die een buikwandcorrectie nodig hebben soms langer dan een jaar moeten wachten op een behandeling. ‘Hoewel de cijfers uit de analyse van Kassa tot zorg leiden, geeft het onderzoek waarop de berichtgeving gebaseerd is niet een volledig beeld van wachttijden binnen de gehele ziekenhuiszorg’, aldus Bruins. ‘Niet alle ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra zijn bijvoorbeeld in de analyse van Kassa meegenomen.’ In recente mediaberichten is aangegeven welk percentage van de specialismen de wachttijd bij instellingen overschreden. ‘Hierbij kan echter een nuancering worden gemaakt. Zo werd bijvoorbeeld een ziekenhuis in Brabant aangehaald, omdat op alle locaties de meerderheid van de poliklinieken de Treeknorm zouden overschrijden. Het is echter zo dat een overschrijding op één locatie van een ziekenhuis niet direct betekent dat er geen tijdig alternatief is. Niet op alle locaties van het genoemde ziekenhuis wordt een volwaardige polikliniek gedraaid, maar zijn specialisten bijvoorbeeld een dagdeel per week aanwezig. Hierdoor kan op één van die locaties van het ziekenhuis sprake zijn van een te lange wachttijd, terwijl binnen het ziekenhuis vaak wel een eerder moment beschikbaar is. Dit komt in het onderzoek van Kassa niet naar voren.’

Hoe nu verder

Om wachttijden in de toekomst te kunnen blijven verminderen is nog meer gezamenlijke inspanning nodig van partijen die zich hier nu aan gecommitteerd hebben, hierbij zijn taakherschikking, e- health en nauwere samenwerking met ketenpartners nodig, meldt Bruins. ‘Ook de beweging die ingezet is naar de juiste zorg op de juiste plek draagt hier aan bij. Door middel van bestuurlijke akkoorden hebben partijen in de medisch specialistische zorg zich aan deze beweging gecommitteerd. De afspraken die in deze akkoorden zijn gemaakt, worden uitgewerkt en gemonitord in bestuurlijk overleggen. Ik verwacht dat partijen zich inspannen om de afspraken die ik hierover met hen heb gemaakt in het hoofdlijnenakkoord na te komen. Daar heb ik ook met partijen afgesproken dat zij zich tot het uiterste inspannen om zorg binnen de Treeknormen te blijven leveren.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.