In het MUMC+ bleek wantrouwen en sociale onveiligheid te heersen. Fouten worden niet aangekaart uit angst voor repercussies. Het bestuur en de leidinggevenden handelen niet of juist te rigoureus. Besluitvorming is traag, onduidelijk of niet definitief. Bestuursvoorzitter Helen Mertens trok zich dit aan: “Ik voel me verantwoordelijk voor veilige patiëntenzorg en voor een veilige werkomgeving. Daar doe ik alles aan.”
Daarom liet ze een grootschalig onderzoek uitvoeren naar de werkcultuur in het ziekenhuis. Na het rapport zijn er werkgroepen opgericht om actieplannen te ontwikkelen voor de korte, middellange en lange termijn. “Ik vind zo’n onderzoek ook een teken van lef. En door het onderzoek en het plan van aanpak volledig transparant en openbaar te maken, kunnen andere zorgorganisaties hier ook van leren”, aldus Mertens.
Honderden kilometers verderop in Oslo, op International Forum on Quality & Safety in Healthcare, liet chirurg Maarten Lijkwan de congresgangers alle hoeken en grenzen van de zaal zien. Met echte citaten uit echte Nederlandse ziekenhuizen brengt hij het debat over grensoverschrijdend gedrag op gang. Ook toont hij resultaten van een verbeterprogramma tegen grensoverschrijdend gedrag in het Albert Schweitzer ziekenhuis, waar Lijkwan werkt.
Uit cijfers die Lijkwan presenteert tijdens het congres is te zien dat vooral mannelijke chirurgen relatief vaak beschuldigd worden van grensoverschrijdend gedrag. En dat vooral vrouwen het slachtoffer zijn. “Alle mannelijke chirurgen”, zegt Lijkwan, “hebben de plicht om alles te doen wat ze kunnen om ervoor te zorgen dat dit niet meer gebeurt.”
Dat grensoverschrijdend gedrag in de zorg een groot probleem is, is al jaren bekend. Ook het fenomeen angstcultuur is de zorg niet vreemd. Vorig jaar tekende de zorg een manifest tegen grensoverschrijdend gedrag en veel zorgorganisaties hebben beleid en gedragscodes, maar die blijken vaak een papieren werkelijkheid.
Is het tijd voor een hardere aanpak?

