STZ wil mini-concentraties tussen ziekenhuizen

Ziekenhuizen moeten intensiever gaan samenwerken rond bepaalde aandoeningen en patiëntgroepen uitruilen om voor alle patiënten de beste zorg beschikbaar te hebben. ‘De mini-concentraties zijn een alternatief voor fuseren’, zegt de STZ-directeur Fenna Heyning.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Fenna Heyning
STZ-directeur Fenna Heyning: 'Om de gespecialiseerde zorg voor alle burgers overal beschikbaar te hebben, zeker buiten kantoortijden, moeten ziekenhuizen op zoek naar nieuwe vormen van samenwerking als alternatief voor fusies' Foto: STZ

Ziekenhuisfusies kwamen veel voor de afgelopen vijftig jaar. Na zo’n honderd ziekenhuisfusies sinds de jaren zeventig zijn er volgens de STZ nog 77 ziekenhuizen over. Zeven academische ziekenhuizen (VUmc-AMC alvast als één UMC geteld), 26 STZ-ziekenhuizen, 30 regionale ziekenhuizen en 14 categorale of private ziekenhuisorganisaties. De motor achter de fusiegolf was de alsmaar verdergaande specialisatie van medische zorg, schrijft de STZ in de uitgave Too big to fail, to small to survive. Er kwamen steeds strengere volumenormen, waaraan zelfstandige ziekenhuizen lastig kunnen voldoen. Ook het borgen van goede zorg buiten kantoortijden is makkelijker te organiseren in een groter verband.

Strengere toezichthouders NZa en ACM

Maar fuseren is niet meer zo makkelijk voor ziekenhuizen. De toezichthouders NZa en ACM zijn sinds kort een stuk strenger geworden. Onderzoek van vooral Amerikaanse gezondheidseconomen laat zien dat ook strategische redenen om te fuseren een belangrijke rol spelen. Ziekenhuizen die hun marktpositie versterken tegenover zorgverzekeraars of andere ziekenhuizen weten forse prijsstijgingen te bedingen. Ook in Nederland lijkt dat het geval, zo wijst recent onderzoek uit. Bovendien is er geen wetenschappelijk bewijs dat ziekenhuisfusies de kwaliteit van zorg verbeteren, concludeerde de ACM begin dit jaar.

Specialisatie gaat door

Toch blijft het mechanisme dat aanspoort tot concentratie van medische zorg voorlopig in stand, merkt de STZ terecht op.  Verdere specialisatie van medisch zorg is onontkoombaar. Niet alle ziekenhuizen kunnen beschikken over alle experts op alle deelgebieden. Dat geldt met name voor kleine ziekenhuizen. Ze zijn in feite te klein om zelfstandig te overleven. Intensievere samenwerking met top-klinische en academische ziekenhuizen op onderdelen van de zorg kan uitkomst bieden. ‘Om de gespecialiseerde zorg voor alle burgers overal beschikbaar te hebben, zeker buiten kantoortijden, moeten ziekenhuizen op zoek naar nieuwe vormen van samenwerking als alternatief voor fusies’, zegt STZ-directeur Fenna Heyning.

Mini-concentraties tussen ziekenhuizen

Mini-concentraties tussen ziekenhuizen kunnen zo’n alternatief voor fusies zijn. Het betekent dat ziekenhuizen in een regio met elkaar afspreken hoe ze de zorg rond een bepaald vakgebied organiseren. Ze kunnen daarbij ziekenhuisfuncties en patiëntgroepen uitruilen met elkaar. Heyning: ‘Niet elk ziekenhuis zal dan alle zorg voor iedereen bieden. Voor bepaalde ziektegebieden zullen patiënten naar een ander ziekenhuis moeten worden overgeplaatst als ze zich op dat moment in het ziekenhuis bevinden. Maar dat zal lang niet altijd nodig zijn, omdat in de toekomst steeds meer patiënten ziekenhuiszorg aan huis krijgen.’

Inhoud zorg belangrijker dan financiële gevolgen

Voor het maken van afspraken rond mini-concentraties moet de inhoud van de zorg het vertrekpunt zijn. De angst voor de financiële gevolgen mag ziekenhuizen er niet van weerhouden om afspraken te maken over intensievere samenwerking. ‘De financiële afspraken vormen de achterkant van de samenwerking’, schrijft de STZ. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor zorgverzekeraars. Zij moeten de afspraken rond intensievere samenwerking borgen in meerjarenafspraken. Dat ze daarbij in een vroeg stadium worden betrokken bij de samenwerking, is vanzelfsprekend.

Ruimte van ACM

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) zou ziekenhuizen de ruimte moeten geven voor het maken van afspraken rond mini-concentraties en het uitwisselen van zorgaanbod. ‘We merken de laatste tijd al dat de ACM meer en meer mee denkt hoe ziekenhuizen de zorg voor patiënten zo goed mogelijk kunnen organiseren. Ziekenhuizen moeten laten zien dat de kwaliteit van zorg toeneemt door intensievere samenwerking. In het meten van kwaliteit valt er nog een wereld te winnen’, aldus Heyning.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.