Toename calamiteitenmeldingen bij inspectie

Zorginstellingen hebben in 2016 ruim 1300 calamiteiten gemeld bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd in oprichting, bijna 550 meer dan in 2015. In ongeveer de helft van de gevallen blijkt het daadwerkelijk om een calamiteit te gaan.
Foto: ANP/Lex van Lieshout

Volgens de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd in oprichting (IGZ i.o.) is de sterke stijging te relateren aan de oproep van de inspectie en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in 2016 om bij twijfel altijd te melden. Ook leren vooral ziekenhuizen calamiteiten steeds beter herkennen en kunnen ze laagdrempelig melden, zo is te lezen in de publicatie In openheid leren van meldingen. De cijfers betreffen ziekenhuizen en zorgaanbieders in de verpleeghuiszorg en thuiszorg. Sinds 2005 zijn deze zorgaanbieders wettelijk verplicht om calamiteiten bij de inspectie te melden.

Onderzoek en diagnostiek

De meeste meldingen van ziekenhuizen betroffen een situatie die zich voordeed tijdens onderzoek of diagnostiek; 44 procent van de meldingen gaan over een acuut en ernstig probleem aan een orgaan dat te laat of niet wordt opgemerkt. Een onderzoek dat niet of te laat wordt uitgevoerd, of resultaten van een onderzoek die niet juist worden geïnterpreteerd of worden verwisseld met die van een andere patiënt. In de verpleeghuiszorg en thuiszorg zijn 53 procent van de gemelde calamiteiten val- en tilincidenten.

Bestuurlijke boetes

De IGJ i.o. heeft in 2016 55 keer een bestuurlijke boete opgelegd vanwege een overtreding van wet- en regelgeving. Het totaalbedrag aan boetes is het hoogst bij overtredingen van de Geneesmiddelenwet en de Wet op de medische hulpmiddelen; respectievelijk gaat het om bedragen van ruim 350.000 euro (verdeeld over tien boetes) en 500.000 euro (verdeeld over twintig boetes). Daarnaast legde de IGJ i.o. in 2016 acht boetes op voor het niet of te laat melden van een calamiteit.

In gesprek met patiēnt

Zorgaanbieders gaan na een calamiteit steeds vaker het gesprek aan met patiënten, hun naasten of nabestaanden over wat er is gebeurd. Waar deze partijen in 2013 bij nog geen 20 procent van de calamiteitenonderzoeken werden betrokken, is dat percentage in 2016 gestegen naar 80 procent. In de eerste helft van 2017 lag het percentage op ruim 82 procent.

Openheid naar buitenwereld

De IGJ i.o. stelt dat ziekenhuizen nu voor de uitdaging staan om open te zijn over wat er is gebeurd. Niet alleen naar direct betrokkenen, maar ook naar de buitenwereld. ‘Het bespreken van incidenten is een belangrijk hulpmiddel voor zorgverleners om te kunnen leren van wat in de praktijk niet goed is gegaan. Dat gebeurt in de praktijk steeds meer. De inspectie verwacht deze openheid omdat het essentieel is voor het verder verbeteren van de kwaliteit van zorg’, is te lezen in de publicatie.

 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.