Uitwisseling gezondheidsgegevens over de grens van groot belang’

Binnenkort is het mogelijk om gezondheidsgegevens tussen zorgprofessionals over de grens uit te wisselen. Via het Nationaal Contact Punt voor eHealth (NCPeH) kunnen zorgprofessionals digitale patiëntsamenvattingen ophalen van mensen uit Europese landen die in Nederland ongeplande zorg nodig hebben. ‘Mensen hebben recht op goede gezondheidszorg, ook al stappen ze net een bepaalde grens over’, aldus Conchita Hofstede, projectleider ziekenhuizen.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Conchita Hofstede.

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en vijf ziekenhuizen hebben op 11 september een Intentie tot Samenwerking getekend. De samenwerking onder de noemer PIEZO (Programma Implementatie Europese Zorgdiensten), moet het uitwisselen van gezondheidsgegevens tussen zorgprofessionals over de grens gaan bewerkstelligen.

Nationaal Contactpunt voor eHealth

De toenemende mobiliteit van burgers tussen Europese landen heeft ervoor gezorgd dat steeds meer mensen een beroep doen op zorg buiten hun eigen regio of land. Om uitwisseling van patiëntgegevens tussen landen mogelijk te maken, werkt de Europese Unie met de lidstaten aan een internationale infrastructuur – ook wel de eHealth Digital Services & Infrastructure (eHDSI) genoemd. Nederland sluit aan op dit stelsel van nationale contactpunten met een eigen landelijk contactpunt: Het Nationaal Contact Punt voor eHealth (NCPeH). ‘In Europa heeft elk land een eigen nationaal contactpunt. Het idee is dat we al deze nationale contactpunten met elkaar gaan verbinden’, legt Hofstede uit. ‘Via zo’n contactpunt kunnen patiëntgegevens van verschillende Europese landen verstuurd worden naar zorgprofessionals.’

Efficiënte dienstverlening en betere communicatie

Een goed voorbeeld van hoe de uitwisseling van gegevens in zijn werking gaat: ‘Een Spaanse toeriste in Amsterdam wordt aangereden door een auto. Zij meldt zich aan de balie van de spoedeisende hulp (SEH) in een ziekenhuis in Amsterdam. De verpleegkundige die de triage doet, vraagt via het NCPeH de patiëntsamenvatting op van de patiënt in Spanje. De Spaanse toeriste heeft hiervoor eerst toestemming gegeven. Het NCPeH van Nederland neemt contact op met het NCPeH van Spanje. Binnen een aantal minuten geeft het Nederlandse NCPeH de patiëntsamenvatting door aan de arts in de SEH in Amsterdam. De behandelend arts kan nu de achtergrond en status van de Spaanse toeriste beter begrijpen en de behandeling beter bepalen.’

Volgens Hofstede draagt het uitwisselen van patiëntgegevens tussen EU-landen onder meer bij aan efficiënte dienstverlening. ‘Mensen met bijvoorbeeld chronische aandoeningen hebben vaak moeite met reizen en lopen met dossiers heen en weer. Op het moment dat het mogelijk is om over patiëntendossiers te beschikken binnen Europa, wordt het voor deze mensen veiliger en gemakkelijker om op reis te gaan.’ Tevens zal de uitwisseling van gezondheidsgegevens over de grens moeten bijdragen aan een hogere kwaliteit van zorg en een betere communicatie tussen patiënt en zorgprofessional.

De vijf ziekenhuizen

De vijf ziekenhuizen (Saxenburgh Groep, Erasmus MC, Maastricht UMC+, ZorgSaam en Spaarne Gasthuis) vormen een eerste groep waarvan de SEH’s worden aangesloten op het NCPeH. Na een succesvolle implementatie kunnen overige ziekenhuizen en zorgorganisaties aansluiten. ‘In het voorjaar hebben wij een aantal ziekenhuizen benaderd waarvan we weten dat zij veel buitenlandse patiënten behandelen. Deze vijf ziekenhuizen hebben daarom veel baat bij het programma.’

Het ministerie van VWS heeft ICTU en Nictiz de opdracht gegeven om het programmabureau PIEZO in te richten. Dit programmabureau verzorgt het opzetten van een NCPeH en begeleidt de ziekenhuizen met de aansluiting daarop. ‘We nemen de ziekenhuizen aan de hand en zullen onder meer een projectplan en een opleidingstraject gaan opstellen. In samenwerking met het programmabureau bespreken wij hoe het contactpunt eruit moet gaan zien, zodat het uiteindelijk goed op de ziekenhuizen aansluit’, aldus Hofstede.

Live in september 2021

Naast Nederland zijn andere Europese landen tevens druk bezig met de vormgeving van een contactpunt en het ophalen van patiëntgegevens. ‘Het eerste programma gaat dit najaar al live in Luxemburg. Vervolgens gaan er een aantal landen live in 2019 en 2020. Ons programma loopt echter nog tot september 2021. Wij zijn dus een van de allerlaatsten die het programma lanceren. Hier hebben wij geluk mee, aangezien elk Europees land dan al een nationaal knooppunt heeft ontwikkeld en veel patiëntgegevens heeft verzameld. In Nederland kunnen wij dan direct aan de slag met alle patiëntsamenvattingen.’

Ondertussen heeft Nederland nauw contact met Luxemburg. ‘Luxemburg laat aan andere landen weten hoe het project bij hen is verlopen en waar zij tegenaan zijn gelopen. Op deze manier leren we ook van andere landen. Samenwerking is daarbij key.’

1 REACTIE

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.