‘Verantwoordelijkheid ambulante dwangzorg ligt nooit bij mantelzorgers’

De Wet verplichte ggz (Wvggz) en de Wet zorg en dwang (Wzd) zullen samen in 2020 de Wet BOPZ vervangen. Het belangrijkste verschil met die wet is dat er voortaan niet meer wordt uitgegaan van gedwongen opname, maar van gedwongen behandeling en begeleiding in de thuissituatie. Om onduidelijkheden rond de nieuwe regelgeving te verhelderen, beantwoordt minister De Jonge vragen over de ontwerpbesluiten.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
verwarde vrouw
Foto: LSOphoto/Getty Images/iStock

De bedoeling van de wetten is verplichte zorg zoveel mogelijk te voorkomen door vroegtijdige en kwalitatief goede zorg op basis van vrijwilligheid. Daarbij staat steeds voor ogen om door eerder ingrijpen, zwaarder en duurder ingrijpen te voorkomen.

Zo lang mogelijk in eigen omgeving

‘De ontwerpbesluiten maken het mogelijk dat eerder ambulant kan worden ingegrepen, waardoor niet langer hoeft te worden gewacht tot de toestand van de betrokkene zodanig is verslechterd dat het ernstig nadeel alleen door een gedwongen opname kan worden voorkomen’, aldus De Jonge. ‘Tevens maken deze besluiten het mogelijk dat ook in kleinschalige woonvoorzieningen gedwongen zorg kan worden toegepast. De zorgverleners zullen in die gevallen de woning moeten kunnen betreden om de verplichte zorg toe te passen. Indien de patiënt hier geen toestemming voor geeft, kan dat in het uiterste geval met behulp van de politie’.
Op het moment dat zorgverleners de politie moeten inschakelen is er contact tussen beiden en zal de zorgverlener ervoor zorgen dat het ingeroepen ambulancepersoneel of de politieagenten zoveel mogelijk op de hoogte zijn van de situatie die zij zullen aantreffen. ‘Welke concrete informatie de zorgverlener met de politie moet delen en op welke wijze dat gebeurt, zal per situatie verschillen. Het is niet mogelijk om dat op voorhand vast te leggen in regelgeving. Omdat deze ontwerpbesluiten beogen opnamevoorkomend te werken, kunnen naar verwachting de kosten voor het zorggebruik dalen.’

Een veilig gevoel

Bij de afweging tussen gedwongen zorg in de thuissituatie en een gedwongen opname is van belang dat iemand zich thuis veilig moet voelen. ‘Daartegenover staat dat het voor mensen erg ontregelend kan zijn als zij uit hun vertrouwde omgeving worden gehaald. Als er sprake is van verzet, dient conform het stappenplan te worden gekeken naar alternatieven voor de gedwongen zorg. Het initiatief hiervoor ligt bij de zorgverantwoordelijke. De zorgverantwoordelijke is en blijft ook verantwoordelijk voor de afweging of het verantwoord is dat iemand thuis kan blijven wonen’.
Met het oog op de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder voor het leveren van verantwoorde zorg en voor veiligheid van hun medewerkers worden in het ontwerpbesluit specifieke waarborgen gesteld aan gedwongen zorg buiten de accommodatie. ‘De zorgaanbieder moet in een beleidsplan onder meer aangeven welke factoren worden meegewogen bij de beoordeling of ambulante verplichte zorg de voorkeur heeft boven opname in een accommodatie en hoe door middel van toezicht de veiligheid in geval van ambulante verplichte zorg op voldoende wijze kan worden geborgd’, aldus De Jonge.

De rol van de mantelzorger

Zowel op grond van de Wvggz als op grond van de Wzd ligt de verantwoordelijkheid van het toezicht bij ambulante dwang nooit bij de mantelzorger. ‘Met de conceptbesluiten wil de regering de handelingsverlegenheid die zorgverleners nu hebben oplossen en hen, onder de strikte waarborgen van de wetten en de besluiten, instrumenten geven om in het uiterste geval dwangzorg in te zetten. De regering ziet het risico dat door de mantelzorgers bij het toezicht te betrekken dit tot meer overbelasting bij de mantelzorger kan leiden. In het conceptbesluit wordt daarom nadrukkelijk gesteld dat als mantelzorgers fysiek dan wel mentaal niet in staat zijn om het toezicht gedeeltelijk op zich te nemen, of dat simpelweg niet willen, de zorgaanbieder ervoor moet zorg dragen dat het toezicht op andere wijze wordt georganiseerd of indien dit niet mogelijk is, dat de cliënt in een accommodatie wordt opgenomen. De zorgaanbieder blijft immers te allen tijde verantwoordelijk voor de zorg en het toezicht op de uitvoering van de benodigde onvrijwillige zorg.’

1 REACTIE

  1. Een aantal zaken mis ik in bovenstaande rapportage, in de discussie over verplichte gg-zorg, én überhaupt in de voorbereiding naar de start van de nieuwe wet-/regelgeving Wvggz en Wzd) van de dwang- of verplichte gg-zorg per 1 jan. 2020.
    Het is goed dat ambulante dwang-behandeling een nieuwe variant wordt in de verplichte zorg in crisis-situaties.
    Maar wel met een waarschuwing waar het gaat om het economische motief: ‘een klinische dwang-opname is duurder dan verplichte ambulante zorg’.

    Uitgangpunt moet m.i. zijn: ‘dwang-behandeling, ambulant of een opname, als de aandoening en de zorg-behoefte dat vragen’.
    Dat is op dit ogenblik m.i. een groot manco in de crisis-ggz: te eenzijdig wordt voornamelijk vanuit de gevaars- en veiligheidscriteria (voor zichzelf en/of anderen) een ‘gedwongen opname’ te vaak een openbare orde vraagstuk. Het moet eerst uit de hand lopen.
    Met als ‘bijwerkingen’: een geëscaleerde crisis-situatie, noodzakelijk politie-hulp/-ingrijpen, vaak gepaard gaande met (overmatig) geweld. Traumatiserend voor de cliënt, haar of zijn omgeving en de andere betrokkenen.

    Waarom beoordelen en indiceren psychiaters (dat is toch, ook, hun vak??) verplichte en dwangzorg voornamelijk vanuit het gevaar en veiligheid van de cliënt en de omgeving, maar niet vanuit hun expertise: ‘wat vraagt de aandoening en de zorg-behoefte van de crisis-cliënt (en zijn omgeving) aan (evt.) gedwongen?’.
    Ik constateer op dat punt: een ‘onder-indicatie/-behandeling’. Waardoor escalerende crises, d.w.z. een (te) laat gedwongen ingrijpen. Ook afgezet tegen de herstel-potenties, die immers minder en/of gecompliceerder worden bij (onnodige) escalaties en gewelddadig ingrijpen.
    Er zijn overigens wel psychiaters (bv psychiater Wim Canton *) die ook volgens de huidige Wbopz het kunnen verantwoorden dat eerder gedwongen ingrijpen zorg-verantwoord is. En dat ook noodzakelijk vinden én praktizeren.
    Ik mis in psychiaters- c.q. NVvP-land een discussie daarover. M.i. een must als voorbereiding op de invoering van de Wvggz per 1 januari 2020.
    Overigens is de nieuw Wet(vggz) m.i. ook ruimer in dat opzicht geformuleerd: zie art.3:4, c/d/e.
    Uitgangspunt voor verplichte of gedwongen zorg dient m.i. niet alleen gebaseerd zijn op het gevaars- en veiligheidscriterium. Kern is: wat voor zorg heeft de cliënt in crisis nodig, gezien vanuit (het proces van) de aandoening en het herstel-perspectief. Dat is m.i. wat ze bedoelen met ’dat de Wvggz ‘patiënt-volgend’ is, maat-werk dus.

    Het is uiteraard goed dat vroegtijdiger ingrijpen met verplichte zorg als vrijwillige zorg niet mogelijk is, als de aandoening dat vraagt. Uiteraard b.v.k. ambulant. Ook om te voorkomen voor alle betrokkenen dat ze in een geëscaleerde toestand van verwarring terecht komen.
    Overigens kan dat ook met de huidige Wet(bopz). Maar dan moeten psychiaters die verplichte gg-zorg eerder en snelle indiceren, de huidige ambulante gg-zorg (Fact en Bemoeizorg) zich zowel kwantitatief als kwalitatief anders gaan opstellen en ontwikkelen.
    Bovendien zou het aan te bevelen zijn als in de klinische gg-zorg niet alleen eenzijdig farmacotherapie (pillen) gegeven wordt, maar dat er sprake is van voldoende en een gevarieerd activiteiten-programma, w.o. de start van de individuele en psycho-sociale behandeling.
    Het is toch van de gekke, dat een vriend van me 2 jaar geleden 3 maanden vrijwillig opgenomen werd in een universiteits-kliniek, waar behalve dagelijks kranten-lezen en soms groeps-wandelen niets gebeurde, zelfs zijn partner niet actief betrokken werd bij de ‘behandeling’ (sic?). Ik zou daar alleen al ‘gek’ of agressief van worden, als ik in een niet-depressieve, maar hypomane periode verkeer. Maar depressieve mensen zullen gezien hun aandoening zich ‘aangepast’ gedragen.

    Jan Jansen

    (vrijwilliger als ervaringsdeskundige en naasten in cliënten-/familieorganisaties: VMDB en de koepel MIND)

    * Psychiater W. Canton in interview in Pm 18/3, kwartaalschrift van de VMDB (Ver. voor Manisch Depressieven en Betrokkenen)

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.