Ziekenhuizen verbeteren, maar niet allemaal evenveel

[Executive] De kwaliteit van de ziekenhuiszorg is in tien jaar ‘indrukwekkend’ vooruitgegaan. Maar er zijn nog grote verschillen tussen ziekenhuizen. Bijna de helft van de ic-afdelingen op niveau 1 wijkt af van de richtlijn.
Ziekenhuizen verbeteren

De Inspectie voor de Gezondheidszorg blikt in haar elfde rapportage terug op tien jaar kwaliteitsindicatoren voor ziekenhuizen. Het is volgens haar uniek in de wereld dat overheid, ziekenhuizen en professionals samen indicatoren hebben bedacht en die blijven ontwikkelen. Zodra een indicator overal tot verbetering heeft geleid, komt er een nieuwe voor in de plaats.

Deze werkwijze leidt tot eveneens unieke ‘indrukwekkende verbeteringen in de kwaliteit van zorg’. Zo daalde tussen 2008 en 2012 de potentieel vermijdbare ziekenhuissterfte met ruim de helft.

Time-out

Dat komt grotendeels door het verbeterde proces rond operaties, vooral de time-outs vooraf. De check bij binnenkomst in de operatiekamer gebeurt nu bij 97 procent van de patiënten. Of het ook goed gebeurt, is een tweede. Observatie door het NIVEL toont dat de uitvoering in 3 van de 10 gevallen tekortschiet. Er is ‘duidelijk nog verbetering mogelijk’, aldus de inspectie.

Op veel onderdelen is er vooruitgang. Zo is het percentage vrijgevestigde medisch specialisten dat een functioneringsgesprek heeft gehad, toegenomen van 65 naar 78 procent. Multidisciplinair overleg vond bij borstkanker al in alle ziekenhuizen plaats, nu ook vrijwel altijd bij urologische en longtumoren. Maar na de operatie schiet zo’n beraad er soms bij in als verdere behandeling in een ander ziekenhuis gebeurt.

Niet alle ziekenhuizen voldoen aan de volumenormen voor ingewikkelde ingrepen. Zo verrichten van 20 van de 31 ziekenhuizen die maagresecties doen, er te weinig. Zij moeten ‘zo snel als verantwoord is, stoppen in 2015 en niet wachten op contact met de inspectie’.

Borstsparende operaties

Op diverse indicatoren zijn er grote verschillen tussen ziekenhuizen. Gemiddeld krijgt 59 procent van de borstkankerpatiënten een borstsparende operatie, maar dit varieert van 29 tot 100 procent. Het percentage bij wie borstkankerweefsel achterblijft, loopt uiteen van 0 tot 21. De helft van alle ondervoede volwassenen krijgt op de vierde opnamedag genoeg eiwit binnen, maar het verschilt van 0 tot 100 procent.

De intensive care vertoont vooral gebreken op de 40 afdelingen met niveau 1. Daarvan hebben er 8 geen recente visitatie gehad en is op 12 de permanente beschikbaarheid van een intensivist niet gegarandeerd. Bijna de helft wijkt af van de richtlijn. Bovendien duidt de lange gemiddelde beademingsduur (87 uur) op patiënten met een complexe zorgvraag, die thuishoren op een hoger niveau. De inspectie verwacht van de nieuwe ic-richtlijn betere regioafspraken over indicaties voor en transport naar een passende ic. (KK)

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.