Zorg worstelt met complexe arbeidsmarkt

[Exclusief] Werkgevers, gemeenten en overheid worstelen met de complexe arbeidsmarkt in de zorg. Door de transitie, inclusief alle verzachtende maatregelen, wordt de markt steeds minder inzichtelijk. Piet Verrijt, directeur van Transvorm, het samenwerkingsverband van werkgevers in de sector zorg en welzijn in Noord-Brabant, legt uit hoe de markt ervoor staat en deelt een aantal belangrijke ontwikkelingen waar de zorg rekening mee moet houden.
Zorg worstelt met complexe arbeidsmarkt
Foto: JORIS BUIJS/PVE

Hoe gaat het met de zorgarbeidsmarkt?

‘Het is heel complex wat er allemaal gebeurt. Bestuurders in de zorg worstelen met de vraag hoeveel werknemers zij in de toekomst nodig hebben binnen hun organisatie. Daardoor zijn er nu grote bewegingen, met name in de langdurige zorg. Na de bekendmaking van het regeerakkoord is een groot aantal medewerkers boventallig verklaard. Bestuurders hebben ook aan de noodrem getrokken als het gaat om personeelsaanname. In onze eigen vacatureportal BrabantZorg.Net stonden bijvoorbeeld normaal duizend vacatures; dat is teruggelopen naar 250 vacatures. Eigenlijk is er te sterk ingegrepen; het aantal openstaande vacatures neemt nu weer toe. Tegelijkertijd zijn er sinds vorig jaar enkele verzachtingen en zorgakkoorden aangekondigd om de transitie een zachtere landing te geven. Zo wordt er minder gekort op de huishoudelijke hulp en gemeenten halen middelen naar voren om bezuinigingen uit te stellen. Door deze ontwikkelingen ontstaat er een diffuus beeld over het werkelijke aantal ontslagen in de zorg. In het begin waren de cijfers heel helder, maar door alle verzachtingen en acties zou ik zelf amper durven zeggen om hoeveel ontslagen het nu echt gaat.’

Welk effect heeft de terugloop?

‘Door de overreactie van organisaties ontstaat een uitstroom van mensen die belangrijk zijn voor de kwaliteit van zorg. Deze vacatures zijn niet zo eenvoudig weer in te vullen. Er verschijnen al berichten over de kwaliteit van de ouderenzorg die te wensen over laat. Juist de ouderenzorg wordt steeds complexer doordat mensen ouder worden en kampen met meerdere, chronische aandoeningen. De organisaties zijn zich ervan bewust dat zij te hard op de rem hebben getrapt; we zien nu een inhaalvraag. Voor de medewerkers zelf is het onduidelijk wat de extramuralisering precies gaat betekenen. Het is bijna een black box. We weten nog niet hoeveel mensen er straks nodig zijn en hoe gemeenten de zorgtaken invullen. Dat brengt veel onzekerheid met zich mee. De gemeenten weten sinds kort de budgetten, de nieuwe colleges zijn gevormd. Het is nu tijd om voor duidelijkheid te zorgen.’

Zijn de nieuwe wethouders bereid om mee te werken?

‘We zijn pas net gestart met de gesprekken. Ik merk wel dat de nieuwe colleges erg gretig zijn om in gesprek te treden. Doorgaans schuiven twee wethouders aan. De een met portefeuille Wmo en de ander met sociale zaken en werkgelegenheid. Vorige week hebben we bijvoorbeeld om tafel gezeten met het nieuwe college van Tilburg. Zij toonden veel bereidwilligheid om aan de slag te gaan. Overigens, je zult deze transities als nieuwe wethouder maar op je dak krijgen. Een van de grootste decentralisaties ooit. Gelukkig zitten de wethouders vol ambitie en dat biedt kansen en mogelijkheden. Het is trouwens ook belangrijk dat de zorg een actieve rol speelt in de samenwerking met gemeenten. Voor zorgbestuurders is het lastig om goed evenwicht te vinden. Enerzijds hebben zij verantwoordelijkheid voor de continuïteit van zorg, maar zij moeten ook zorgen voor de financiën. Hoe maak je daarin goede afwegingen? Dat is een lastige vraag. In Brabant treden we regelmatig in overleg met werkgevers en werknemers om de problemen te bespreken. We zien de problemen aankomen en daar moeten we wat mee doen.’

Om welk soort problemen gaat het zoal?

‘In de zorg speelt een aantal belangrijke veranderingen. Een daarvan is de verschuiving van “zorgen voor” naar “zorgen dat”. Daarmee bedoel ik dat zorgverleners niet alles zelf moeten willen doen. Het is belangrijk dat zij de regie nemen en vrijwilligers en mantelzorgers betrekken bij de zorg. Bij een cliënt die vraagt of de zorgverlener nog even gauw een boterham wil smeren, moet eigenlijk de vraag gesteld worden of die cliënt dat zelf niet kan. Dat vereist een andere houding van de zorgverleners. Daarnaast speelt de vergrijzing van het zorgpersoneel. Door de economische crisis is de uittreedleeftijd gigantisch gestegen. Dat lag rond de 61 jaar en is nu gestegen naar 63 of zelfs hoger. Mensen zien dat het gezinsinkomen onzeker wordt en blijven wat langer doorwerken. Uiteindelijk komt toch de pensioendatum in zicht. De vervangingsvraag zal rond 2017/2018 spelen. Dan hebben we veel nieuwe mensen nodig. Het is de vraag is of die er zullen zijn. Daar moeten we nu al op anticiperen. Gelukkig blijft de zorg onverminderd populair bij jongeren, maar de tijd van baangarantie is voorbij. Met name voor de lager geschoolde medewerkers wordt het lastig.’

Is er straks nog een baan voor lager opgeleiden in de zorg?

‘Hoger opgeleiden worden steeds belangrijker door de complexiteit van de zorg. Zorgmedewerkers niveau 4 of 5 zijn hard nodig om regie te voeren. Welke rol laagopgeleiden krijgen is lastig te zeggen. Eigenlijk hebben niveau 1- en 2-medewerkers niet veel werk meer in de zorg. Scholing en dooropleiding biedt waarschijnlijk ook geen oplossing, want dat houdt op een gegeven moment op. Dat kost te veel, duurt te lang of lukt gewoon niet door motivatie. Wij vinden zelf dat dit een maatschappelijk probleem is en we treden daarover ook in gesprek met de gemeenten. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat de lage niveaus in dienst treden bij schoonmaakbedrijven. Ouderen worden koopkrachtiger en zullen deze hulp zelf inkopen. Waarschijnlijk komen alle diensten op de een of andere manier terug. Zo zullen ook sociale activiteiten in de toekomst vaker worden ingekocht.’ (MVD)

 

 

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.