‘Zorgakkoord moet meetbare doelen hebben’

De inhoudelijke afspraken in de oude zorgakkoorden zijn nauwelijks gerealiseerd. In nieuwe akkoorden moeten daarom meetbare doelen worden afgesproken voor zaken als substitutie en zinnige zorg. Dat zeggen zorgbestuurders in het onderzoek ‘Eerste verkenning effecten hoofdlijnenakkoorden’.
Meten-iStock_000035986036_Double.jpg
Foto: iStock

De hoofdlijnenakkoorden hebben de afgelopen jaren bijgedragen aan beheersing van de uitgaven in de medisch-specialistische zorg en in de curatieve ggz. Maar van de zorginhoudelijke afspraken is niet veel terechtgekomen. Dat beeld komt naar voren in het onderzoek ‘Eerste verkenning effecten hoofdlijnenakkoorden’, dat SiRM, de Celsus Academie en het Talma-instituut hebben uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS.

Zorg heeft externe druk nodig
Het onderzoek laat zien hoe zorgbestuurders het landelijk afgesloten akkoord vertalen naar hun eigen organisatie. Ze geven aan dat ze de externe druk nodig hebben om intern doelmatigheid te bewerkstelligen. ‘De boodschap van de hoofdlijnenakkoorden dat de bomen niet tot in de hemel groeien gebruiken de bestuurders om de eigen organisatie aan te spreken op doelmatigheid’, zegt onderzoeker Johan Visser.

Financiële risico’s afwentelen
De zorgbestuurders vinden dat de gesprekken met zorgverzekeraars te veel over geld gaan en te weinig over de zorginhoud, zoals gepast gebruik en substitutie. Verzekeraars sturen vooral op geld. De financiële afspraken zijn leidend. Daarbij wentelen ze de financiële risico’s van de hoofdlijnenakkoorden zo veel mogelijk af op zorgaanbieders, in de perceptie van bestuurders. Dat doen ze door in contracten doorleverplicht af te spraken als het zorgplafond is bereikt, zonder deze extra zorg te vergoeden. Dat is een onderdeel waar zorgbestuurders in een nieuw zorgakkoord vanaf willen. In de nieuw af te sluiten moet duidelijker staan bij wie de financiële risico’s worden neergelegd.

Substitutie faalt
Maar van de zorginhoudelijke afspraken is niet veel terechtgekomen. Als het om substitutie van zorg gaat, blijkt het niet goed mogelijk om budgetten met de zorg mee over te hevelen van het ziekenhuis naar huisartsen of van het ene ziekenhuis naar het andere. Voor ziekenhuizen is het ook lastig om het verlies aan inkomsten te verwerken. Het zou volgens bestuurders helpen als verzekeraars een garantiebudget afgeven aan ziekenhuizen die zorg overhevelen naar de eerstelijn. Een ander probleem is dat huisartsen niet altijd staan te springen om extra werk. Wil substitutie in een nieuw zorgakkoord wel slagen, dan moeten er meetbare doelen worden afgesproken. Zorgaanbieders en verzekeraars moeten meten en kijken of de doelen worden behaald.

Administratieve lastendruk
De hoofdlijnenakkoorden zijn niet succesvol als het gaat om het terugdringen van de administratieve lastendruk. In de praktijk is juist sprake van het tegendeel. De ggz heeft te maken met een enorme toename van het aantal contractpartijen. Ggz-aanbieders moeten alle betrokken verzekeraars en gemeenten aparte contracten afsluiten. Voor een gemiddelde ggz-aanbieder is het aantal contractpartijen gestegen van twee naar minimaal dertien. Elke contractpartij heeft een eigen visie op zorg, waardoor de onderhandelingen en de administratieve afhandeling veel tijd kosten. Ggz-bestuurders willen meer regie van de overheid, niet alleen de landelijke maar juist ook van gemeenten, om deze problematiek op te lossen.

Van Rijn: budget overhevelen
Staatssecretaris Martin van Rijn ligt een tipje van de sluier op over wat de landelijke overheid wil met nieuwe zorgakkoorden. Dat doet hij in antwoorden op Kamervragen over het rapport van de Algemene Rekenkamer, dat in december concludeerde dat de zorgakkoorden alleen geslaagd waren qua financiële doelen en niet als het ging om de zorginhoudelijke afspraken. Een nieuw kabinet zal vol inzetten op preventie en mogelijkheden om patiënten tegen lagere kosten te behandelen daadwerkelijk gebruiken. In het algemeen behoort de landelijke overheid de ‘prikkels in het systeem op de juiste plek te leggen’, aldus Van Rijn. Over substitutie is Van Rijn wat explicieter. Die moet in de regio tot stand komen. Wel kan de landelijke overheid financiële ruimte creëren door budget over te hevelen van ziekenhuizen of ggz naar huisartsen.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.