55 miljoen om cliëntondersteuning te verbeteren

Minister Hugo de Jonge van VWS stelt 55 miljoen beschikbaar om onafhankelijke cliëntondersteuning een impuls te geven. Het is nog onduidelijk of gemeenten ook cliëntondersteuning in de curatieve zorg moeten aanbieden. Een betrokken Nivel-onderzoeker is gematigd positief over de plannen.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
ondersteuning
iStock

Bij cliëntondersteuning voor de curatieve zorg kan gedacht worden aan het helpen van patiënten bij de voorbereiding op een consult of bij het begrijpen van een arts of het krijgen van medische hulp of een behandeling. Cliëntondersteuning voor de curatieve zorg is in het kader van de Wmo een verantwoordelijkheid van gemeenten, maar gemeenten besteden hier geen of nauwelijks aandacht aan, omdat ze vinden dat het een taak is van zorgaanbieders. Dat blijkt uit onderzoek van Nivel uit april. Minister De Jonge gaat hier verder over praten met gemeenten, patiënten- en cliëntenorganisaties en zorgaanbieders. Uit de Kamerbrief waarin minister De Jonge omschrijft hoe de extra financiële middelen besteed gaan worden, komt niet naar voren wat het standpunt is van de minister.

Steeds breder

Cliëntondersteuning is in de loop der jaren steeds breder geworden. Alle gemeenten doen aan enige vorm van cliëntondersteuning, maar vooral op het gebied van het sociale domein. Denk bijvoorbeeld aan maatjes en straatcoaches. Als het gaat om cliëntondersteuning in de curatieve zorg herkennen gemeenten dat niet als hun eigen verantwoordelijkheid. ‘Gemeenten vragen zich af waar hun verantwoordelijkheid ophoudt’, zegt Nivel-onderzoeker en hoogleraar gezondheidsvaardigheden en patiëntparticipatie bij de Universiteit Maastricht Jany Rademakers. ‘En als die dan verder gaat dan het sociale domein, richting de curatieve zorg, vinden ze ook dat ze daarbij financieel geholpen zouden moeten worden.’

Behoefte

De minister stelt nu 55 miljoen euro beschikbaar, verspreid over deze kabinetsperiode, om duidelijkheid te verschaffen over wat cliëntondersteuning is en de toegang en organisatie te verbeteren. Volgens de minister is het allereerst nodig meer inzicht te krijgen in het aanbod en de behoefte. Een onderzoek naar de behoefte is al gaande. Als het gaat om de curatieve zorg is het bijvoorbeeld de vraag of cliëntondersteuning in het ziekenhuis moet zijn of niet. En hoe staat het dan met de onafhankelijkheid?

Voorbeeldfunctie

Veertien gemeenten krijgen van de minister 2.7 miljoen euro om cliëntondersteuning te verbeteren. Het gaat volgens de minister om ‘koplopers’ die gaan werken aan meer capaciteit, meer bekendheid of hogere kwaliteit van cliëntondersteuning. Een goed idee, volgens Rademakers, omdat je daarmee voorkomt dat gemeenten het wiel steeds opnieuw moeten uitvinden. ‘Een goed voorbeeld geeft richting aan gemeenten die nog zoekende zijn.’

Toegang

Daarnaast moet gewerkt worden aan de toegang. Cliëntondersteuning moet bekend zijn op de plek waar mensen voor het eerst hun hulpvraag stellen. Dat kan op verschillende plekken zijn, zoals het loket van een instantie, huisarts of het sociaal wijkteam. Zorgprofessionals moeten cliënten ook op cliëntondersteuning kunnen wijzen, ‘zoals die door de gemeente is georganiseerd’.

Essentie

De extra financiële middelen worden ook gebruikt om de vindbaarheid en de bekendheid te verbeteren. De Jonge: ‘De essentie van cliëntondersteuning is voor mij dat iemand naast de cliënt staat en hem of haar met informatie, advies en voorlichting bij staat om een hulpvraag te verhelderen, de weg te vinden in een voor veel mensen complex stelsel en in het contact met gemeenten, zorgkantoren, instanties en aanbieders’, zo staat in de Kamerbrief.

Specifieke groepen

Tot slot moet de deskundigheid en kwaliteit van de cliëntondersteuning zelf bevorderd worden. Specifieke groepen kunnen dan beter worden bediend, zoals ouders van ernstig verstandelijk beperkte kinderen en mensen met ernstige vormen van autisme. Ook moet er meer bekendheid gegeven worden aan ondersteuningsmogelijkheden voor mensen die meer willen weten over het pgb. Dit alles wordt gedaan door de financiering van ontwikkel- en verbetertrajecten.

Beter geregeld

Volgens Rademakers legt de minister met deze brief een goede basis voor verdere gesprekken met de betrokken partijen, zoals Ieder(in) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Ze is positief over de toon en de extra financiële middelen die beschikbaar zijn gesteld. ‘Ik denk dat als alle voornemens uitgewerkt worden cliëntondersteuning beter geregeld is dan nu het geval is. Aan de andere kant is de stap van voornemens naar daadwerkelijke verandering altijd groot.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.