Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Gemeenten zoeken juridische grenzen Wmo op

Gemeenten zoeken naar manieren om hun Wmo-beleid zo min mogelijk aan te passen en toch te voldoen aan de rechterlijke uitspraken over de huishoudelijke hulp. Ze vinden de uitspraken in strijd met de beoogde innovatie in de Wmo.
Rechter_SpringerFachmedia_450.jpg
Burgers profiteren alleen als ze beroep aantekenen bij gemeenten. - Foto: Springer Fachmedien

De vier uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) over de huishoudelijke hulp is gemeenten rauw op het dak gevallen. Gedwongen door de forse bezuinigingen van de rijksoverheid hebben ze de uitvoering van de Wmo versoberd en nu heeft de rechter hen in mei teruggefloten. Een deel van de gemeenten vindt dat de uitspraken van de hoogste bestuursrechter ‘niet overeenkomen met de beleidsinhoudelijke beweging die gemeenten hebben ingezet naar aanleiding van de decentralisatie en transformatie in het sociaal domein’, valt te lezen in de brief van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) aan haar leden. De VNG ziet echter nog steeds ruimte voor de principes van ‘de kanteling’ en tegelijkertijd ruimte om te voldoen aan de uitspraken van CRvB. De VNG gaf al begin juni een eerste interpretatie van de uitspraken. Daarna zijn er, samen met advocatenkantoor Pels Rijcken, vier bijeenkomsten georganiseerd om nader te onderzoeken in hoeverre gemeenten hun beleid moeten aanpassen. Daar namen in totaal circa honderd gemeenten aan deel.

Gemeenten met afwijkende urennorm
De gemeenten zijn in drie groepen in te delen naar de manier waarop zij de Wmo organiseren. Een groep gemeenten, waaronder Utrecht, biedt de huishoudelijke hulp aan als maatwerkvoorziening en hanteert bij het indiceren normtijden die afwijken van die van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Maar dat kan niet zo maar, zegt de rechter. De CRvB tikte Utrecht in mei op de vingers, omdat die afwijkende urennorm gebaseerd moet zijn op onafhankelijk onderzoek. Dat onderzoek moet aantonen of aanbieders met deze urennorm in staat zijn om te voldoen aan het resultaat ‘een schoon en leefbaar huis’. Utrecht laat dit onderzoek doen en verwacht de resultaten in augustus. Gemeenten die het ongeveer net zo doen, kunnen dat onderzoek volgens de VNG het beste afwachten. Anders kunnen ze zelf onderzoek doen of het oude CIZ-protocol toepassen. Utrecht heeft de norm na de uitspraak van de rechter overigens verhoogd van 78 naar 104 uur per jaar.

VNG: resultaatgericht indiceren kan nog steeds
De tweede categorie gemeenten, volgens de VNG de helft van alle gemeenten, volgt Rotterdam met resultaatgericht indiceren. Volgens sommige experts heeft de rechter hier een streep door gehaald, omdat gemeenten voortaan moeten aantonen hoeveel uren zorg er nodig is om resultaten als ‘een schoon huis’ te behalen. Maar de VNG ziet dit anders. Er zijn nog wel degelijk mogelijkheden om verder te gaan met resultaatgericht indiceren, mits gemeenten de resultaten duidelijker omschrijven. En ze moeten ook beter omschrijven welke activiteiten daarvoor moeten worden gedaan en hoe vaak, maar dat hoeft niet in aantal uren zorg. Rotterdam laat daarnaast onderzoeken of ‘de financieringsnorm’ die als basis dient voor resultaatgericht indiceren wel voldoet. Als die te krap is, kunnen zorgaanbieders geen maatwerk leveren.

Thuishulp als algemene voorziening
De derde groep gemeenten voert de huishoudelijke hulp als algemene voorziening uit. Ze lieten het aan cliënten over om zelf afspraken te maken met zorgaanbieders. Maar volgens de rechter is het contracteren van aanbieders volgens de Wmo een taak van de gemeenten. Dat kan niet aan burgers worden overgelaten. Ook moeten gemeenten onderzoeken of de voorziening financieel haalbaar is voor de individuele cliënt. Gemeenten die door willen gaan op deze weg, doen er volgens de VNG goed aan de eigen bijdrage zo laag mogelijk te houden, zodat de algemene voorziening laagdrempelig is. Een andere aanpak is een lichte vrijwillige inkomenstoets bij cliënten om te bepalen of ze de eigen bijdrage wel kunnen betalen.

Burgers alleen voordeel bij beroepsprocedure
Opvallend is dat niet alle burgers profiteren van de rechterlijke uitspraken. Sommige gemeenten hebben na het oordeel van de rechter hun beleid aangepast en alle cliënten hun oude aantal uren zorg teruggegeven. Maar dat is volgens de VNG helemaal niet nodig. Dat hoeven ze alleen te doen bij mensen die een beroepsprocedure hebben aangespannen. Gemeenten zijn juridisch niet verplicht om cliënten die geen beroepsprocedure hebben lopen, terug te zetten op het oorspronkelijke aantal uren. Bovendien is het volgens de VNG praktisch niet altijd mogelijk om zorgaanbieders op korte termijn meer uren te laten leveren. Daarnaast zullen ‘veel cliënten al een oplossing hebben gevonden voor de versoberde indicatie’. Waarom een bezuiniging terugdraaien die mensen hebben geaccepteerd?  

 

VNG praktijkteam
Een ‘praktijkteam’ van de VNG gaat in juli en augustus, in opdracht van het ministerie van VWS, onderzoeken hoe de verschillende oplossingsrichtingen in de praktijk uitpakken. Daarbij wordt ook gekeken of de rechterlijke uitspraken nog wel ruimte laten voor de beoogde vernieuwing in de Wmo.

 

 

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden