Blog: Een voorspelling voor de zorg in 2018

Verpleeghuizen zullen veel minder extra geld krijgen dan de 2,1 miljard euro die nu is gereserveerd, voorspelt redacteur Bart Kiers. Daarmee komt er geld vrij om te investeren in wijkverpleging en huisartsenzorg.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Bart Kiers

De belangrijkste gebeurtenissen in de zorg voorspellen is lastig. De voornemens van het kabinet zijn bekend. De verpleeghuizen krijgen extra geld, oplopend tot 2,1 miljard in 2020. De ziekenhuizen moeten juist 1,9 miljard euro inleveren. Wel goed om te bedenken dat ze niet minder geld krijgen, maar minder meer. De begroting voor de curatieve zorg groeit deze kabinetsperiode met 8 miljard euro in plaats van 10 miljard euro.

Bruno Bruins vs ziekenhuizen

Desalniettemin is het een lastig dossier dat Bruno Bruins, de minister voor medische zaken, op zijn bordje heeft gekregen. Hij wil met de sector in gesprek en wil dolgraag dat de sector meedenkt over hoe dit te realiseren. Ja, dat kan ik mij voorstellen. Maar ziekenhuizen staan niet bepaald te trappelen van enthousiasme. ‘We gaan onze huid duur verkopen’, was de eerste reactie. De messen zijn geslepen.

Wensen ziekenhuizen

In de Nederlandse polder is echter altijd ruimte voor compromissen. Ziekenhuizen hebben enkele grieven en wensen. Ze klagen al jaren over de uit de hand gelopen kwaliteitsregistraties. Het aantal kwaliteitsindicatoren blijft uitdijen. Ook de daarbij horende registratielast zorgt voor veel ergernis. Dat geldt ook voor de zorginkoop. Ziekenhuizen hebben daarbij met een veelheid aan zorgverzekeraars te maken die alles net weer iets anders doen. De verzekeraars drukken hard op de kosten en betalen zelden de NZa-tarieven. Als de minister de ziekenhuizen op deze dossiers (en er zijn er uiteraard nog meer) tegemoet kan komen, valt er ongetwijfeld met de ziekenhuizen te praten.

Vijf hoofdlijnenakkoorden

Bruins hoeft het gelukkig niet alleen te doen. De bedoeling is dat er vijf hoofdlijnenakkoorden komen: voor de medisch-specialistische zorg, de huisartsenzorg, de paramedische zorg, de wijkverpleging en de ggz. De drie bewindslieden zullen samen de regie voeren. Dat moet ook wel, want ze zullen inhoudelijk met elkaar samenhangen. De besparingen op de ziekenhuiszorg vallen alleen te realiseren als er zorg van de ziekenhuizen naar de goedkopere eerstelijnszorg gaat.

Substitutie ziekenhuiszorg faalt

Dat er van substitutie van ziekenhuiszorg de afgelopen jaren vrijwel niets is terechtgekomen (60 miljoen euro op een begroting van 24 miljard is echt peanuts) komt vooral door de gescheiden domeinen van bekostiging. Het sociale domein, de wijkverpleging, de huisartsen, de verpleeghuizen, de ggz en de ziekenhuizen hebben allemaal hun eigen budget. Elke sector zit gevangen in zijn eigen silo. Het behoud van het eigen budget is daarbij een zwaarwegend belang. Voor ziekenhuizen is het helemaal niet aantrekkelijk om zorg af te stoten aan huisartsen. Dat betekent minder inkomsten en de dus minder geld om de hypotheek op het kostbare ziekenhuisgebouw te betalen. Marc Berg, partner bij McKinsey, raadde onlangs aan om de huisartsen een leidende rol te geven bij substitutie. Hen te belonen voor het vermijden van heropnames.

Contextgebonden bezettingsnorm verpleeghuizen

Wat de gesprekken over de hoofdlijnenakkoorden lastig maakt, is dat VWS geen geld te verdelen heeft. De verpleeghuizen slokken zo’n beetje alles op met hun 2,1 miljard euro. De vraag is echter of ze dat echt gaan krijgen. Niet veel mensen lijken te beseffen dat dit bedrag is gebaseerd op een tijdelijke bezettingsnorm. De rekenmeesters NZa en CPB hebben bij hun berekeningen een eigen duiding gegeven aan het kwaliteitskader verpleeghuiszorg. Zij hanteerden de bezettingsnorm die Hugo Borst en Carin Gaemers hebben geformuleerd in hun manifest voor de ouderenzorg: dat gedurende de dag twee zorgverleners op een groep van acht bewoners staan. Zo staat het echter niet in het kwaliteitskader verpleeghuiszorg. Daarin staat dat er alleen op piekmomenten twee zorgverleners moeten zijn.

Zorginstituut

Het Zorginstituut werkt nu aan een contextgebonden bezettingsnorm. Die moet in 2019 worden ingevoerd. Mijn voorspelling is dat de NZa in nieuwe berekeningen voor die contextgebonden op een aanmerkelijk lager bedrag zal uitkomen dan 2,1 miljard euro. Dan komt er ineens geld vrij om te investeren in betere wijkverpleging, eerstelijnsverblijf, het sociale domein en huisartsenzorg. En dat zal leiden tot veel minder onnodige ziekenhuisopnames. En zo komt die 1,9 miljard euro besparingen op de ziekenhuizen binnen handbereik.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.