Politieke agenda voor de gezondheidszorg

[Exclusief] Welke zorgthema's staan voor 2014 het hoogst op de politieke agenda? Die vraag stelt Zorgvisie aan leden van de vaste Kamercommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De transitie van de ouderenzorg krijgt zowel van links als rechts de meeste aandacht.
Politieke agenda voor de gezondheidszorg
Foto: stockxchng

Agnes Wolbert (PvdA)

‘De decentralisatie ligt natuurlijk het meest voor de hand als belangrijkste thema voor 2014. Maar in alle eerlijkheid denk ik dat de versterking van de eerste lijn een punt is dat net zo belangrijk gaat worden. In feite zijn de decentralisatie en de versterking van de eerste lijn communicerende vaten. De eerste lijn moet sterk staan wil de decentralisatie slagen. Gelukkig gebeurt er al heel veel in het veld. In de eerste lijn is echt een stille revolutie gaande. Er wordt volop geëxperimenteerd, bijvoorbeeld met wijkverpleegkundige taken. De evaluatie van deze experimenten zullen belangrijke politieke momenten zijn.Manager Facilitaire Services & Vastgoed.’

Renske Leijten (SP)

‘Het hoofdthema voor 2014 is dat de decentralisatie dreigt te mislukken. Gemeenten die taken vanuit de jeugdzorg en de ouderenzorg krijgen zijn er lange niet klaar voor. En voor de persoonlijke verzorging onder de zorgverzekeraars ziet het er ook niet beter uit. Zorgverzekeraars  hebben solvabiliteits eisen en onder hun zal de zorg net zo goed worden uitgehold. In totaal hebben we het voor de langdurige zorg over een bezuiniging van zes miljard euro. Maar we hebben nog geen wettekst gezien. Als we in de Tweede Kamer te weinig tijd krijgen om die nieuwe wet LIZ te evalueren, dan zal de Eerste Kamer die tijd wel nemen. Dat hebben we eerder gezien bij andere wetten. Daarom kunnen we maar beter die hele wet uitstellen en het liefst helemaal naar de prullenbak verwijzen. De langdurige zorg hoort onder een collectieve wet thuis, waarin prima aan kostenbeheersing gedaan kan worden.’

Reinette Klever (PVV)

‘We gaan ons dit jaar focussen op aantal grote thema’s in de zorg. Allereerst de aanpak van fraude. Fraude is belachelijk eenvoudig waardoor miljarden euro’s in verkeerde zakken verdwijnen. We willen van minister Schippers een heldere aanpak horen met targets. De praatgroepjes die nu opgericht worden, helpen niet. Vooral zorgverzekeraars moeten beter controleren, dat kan bijvoorbeeld met behulp van datamining. Recente voorbeelden van een patiënt die 123 kiezen liet trekken of een man waar een baarmoeder verwijderd is, kunnen eenvoudig opgemerkt worden. Wanneer de privacy in het geding is, kan eventueel een arts-deskundige worden ingezet.

Wanbetalers zijn een tweede focuspunt. Met name de groep die willens en wetens de premie niet betaalt. Dit zijn bijvoorbeeld Oost-Europeanen die hier komen werken, geen zorgverzekering betalen, maar zich wel laten behandelen in het ziekenhuis en daar niet voor betalen omdat ze geen geld zouden hebben. Verder blijken allochtonen drie keer vaker de zorgpremie niet te betalen dan autochtonen. Marokkanen gemiddeld vijf keer en Antillianen zelfs tien keer vaker dan autochtonen. Uit rapporten komt naar voren dat er nog een miljard euro open staat aan niet geinde premies, daar willen wij wat aan doen.

Verder willen we winstuitkeringen in de zorg voorlopig tegenhouden. Het is veel te vroeg om hier aan te beginnen. In veel ziekenhuizen heerst een complete financiële chaos. Zorgverzekeraars controleren te weinig, er is geen zicht op de kwaliteit en veel jaarverslagen worden nog niet goedgekeurd. Het valt niet uit te leggen als er gigantische winsten zijn uitgekeerd, terwijl de kwaliteit niet op orde is en het sterftecijfer ontzettend hoog is. Hier moet nog goed over nagedacht worden. Eenduidige kwaliteitsindicatoren als aantal heroperaties, infecties en sterftecijfers en de financiële administratie op orde zouden minimale voorwaarden voor winstuitkering moeten zijn.

Tot slot willen we behoud van artikel 13, de vrije artsenkeuze. Patiënten moeten gebruik kunnen maken van de restitutiepolis. De hoge declaraties door bijvoorbeeld schimmige ggz-aanbieders  kunnen verzekeraars best op een andere manier oplossen. Bijvoorbeeld door een maximum plafond in te richten. Verder is het openbaar maken van de kwaliteit ook een oplossing. Slechte zorgverleners verdwijnen dan vanzelf van de markt. We zijn overigens niet tegen selectieve polissen, maar dan moet het vooraf wel heel duidelijk zijn welke zorgverleners vergoed worden. Dat is nog voor verbetering vatbaar.’

Hanke Bruins Slot (CDA)

‘De overgang van zorg en verpleging thuis en de langdurige ggz risicodragend naar de Zorgverzekeringswet is een slecht plan. Zwaardere zorgbehoevenden moeten thuis blijven wonen, terwijl er tegelijkertijd heel veel bezuinigd gaat worden op de hulp bij het huishouden en de verzorging. Dit gaat leiden tot overbelasting van partners en familie. Verder ontbreekt een gelijkwaardig speelveld tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders. De disbalans is in het voordeel van de zorgverzekeraars. Verder willen we de administratieve lasten beperken. Het blijft vooralsnog hangen bij een papieren exercitie en veel goede bedoelingen. Het CDA zou graag meer vertrouwen in de professional in plaats van regelgeving willen zien. Dat zou echt een betere zorg opleveren, als we dat voor elkaar krijgen.’

Bas van ’t Wout (VVD)

‘Het wordt een cruciaal jaar voor de langdurige zorg. In de transitieplannen voor gemeenten de vrijheid en ruimte geven om de Wmo in te richten zoals zij dat zelf willen. Het gevaar bestaat dat alles bij hetzelfde blijft als we dat niet doen. Mensen en gemeenten zijn totaal verschillend. Vergelijk Ameland met Amsterdam, deze regio’s hebben een totaal verschillende sociale infrastructuur waar geen one-size-fits-all past. Dat geldt ook voor de financiering, deze moet op basis van cliëntenpopulatie worden verdeeld.

Binnen de Wet Langdurige Zorg (WLZ) willen we ons richten op kwaliteitsverhoging. Binnen de instellingen zijn enorme kwaliteitsverschillen en goede instellingen worden niet beloond voor de kwaliteit die zij leveren. Daar moet de financiering op aangepast worden door prikkels in het systeem te bouwen. De langdurige zorg is kampioen uitgaven, maar we zijn nog geen kampioen kwaliteit. Dat moeten we omkeren.

In de langdurige zorg moet ook meer uitgegaan worden van wat mensen nog wel kunnen. Nog vaak wordt de regie totaal overgenomen wanneer cliënten een zorgvraag hebben. Vaak zijn cliënten nog wel in staat om iets bij te dragen en daar moeten we naar streven, dit wordt ook wel “zorg met handen op de rug” genoemd.

Als we breder naar cliënten kijken, willen we zorgen dat niemand tijdens de transitie tussen wal en schip valt. Denk aan een vliegende brigade waar mensen kunnen aankloppen als ze nergens terecht kunnen.

Tot slot willen we stevig blijven inzetten op fraudebestrijding door betere samenwerking met instanties als de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD). De nieuwe Wmo en Wet langdurige zorg worden ook uitvoerig getoetst op fraudebestendigheid.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.