De nieuwe beoogde minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Sophie Hermans (VVD), blijkt een scherp denker te zijn die zich bij de eerste tekenen van corona al zorgen maakte over de vluchten van en naar China. Ook zag ze in 2018 nadelige effecten van de enorme opmars van het aantal zzp’ers in de zorg. Maar bij Buurtzorg sloeg ze de plank mis, dankzij partijgenoten.
Hermans was vanaf 2017 tot 2019


Hopelijk zet ze haar hart eerst in om begrip te kweken of zelf te gaan studeren over de teruglopende jeugdgezondheid, die niet door een gratis gezonde lunch opgelost gaat worden.
Met inzet van de coalitie om voor “de gezondste generatie ooit” te gaan strijden, mag de ambtelijke top eens een heel andere tijdsbesteding gaan leveren, dan weer plannetjes, ministapjes te maken om de zorgkosten “minder meer” te laten stijgen. Door zelf eens te gaan studeren (gaan beseffen) of de Gezondheidsraad de opdracht te geven, uit te zoeken hoe het kan dat we nu juiste de meest ongezonde generatie gaan laten opvoeden. Bij de Gezondheidsraad, die we hierover direct spraken, bleek dat alleen het ministerie hun opdrachten tot uitzoeken van onze geuite zorgen kon geven. Die zorgen gaan over de enorme gevolgen van een intensief zittend leven (in ongunstige houdingen) vanaf de start van het kinderleven nu en het door digitale mogelijkheden via beeldschermen tot verdere afremming of stilstand van de normale ontwikkeling van een gezond lichaam, gezond werkende orgaansystemen (bewegingsstelsel, longen, nieren, immuunsysteem, darmstelsel) en een gezond neurocognitief stelsel te laten komen. De medische wetenschap reageert door het doen van “ontdekkingen” alleen op zeer gespecialiseerde ziektebeelden en heeft geen weet meer van de samenhang hoe in de groeifase dit door wegblijven bij al dat zitten en niet bewegen geoptimaliseerd had kunnen worden. De gezondste generatie blijft die van mij, de “babyboomers”, omdat in onze jeugd de kennis in het volk van de Gezondheidsleer (Hygiëneleer, Voedingsleer, Leer Lichamelijke Opvoeding) zeer goed geïmplementeerd was. En dus de preventie zo goed mogelijk geborgd was. Dit los te laten en de medische wetenschap zich puur op ziektebeelden te gaan storten en naar (moneydriven?) en (industrydriven?) oplossingen te gaan zoeken, zijn we qua behandelen in de eindfasen van de problemen heel ver gekomen. De stijgingslijn van de “vergrijzing” wordt door bijna alle “Zivilizationskrankheiten” ver overschreden, voor artrose en rugklachten in de opeenvolgende Toekomstverkenningen van het RIVM zelfs spectaculair. Zij zijn in ons land, net als in de USA ook de grootste Socioeconomic Burdens of Disease, die ons BNP leeghalen. Twee eerdere rapporten van het VerweyJonkerinstituut naar het aanwezig zijn van chronische diagnoses in de jeugd waren shockerend , zeker die in 2019 toen door eenvoudig turven op BSN bij de boekhouding van de ZV van alle 0-25 jarigen, dit bij 1,3 miljoen 0-25 jarigen ( een bijna verdubbeling t.o.v. eerst) het geval bleek. Dus geen extrapolatie, maar eenduidig turven brengt de waarheid over de toestand.
Twee ministers in Rutte III (OCW en VWS) gaven een verontrustend badinerend antwoord aan gestelde Tweede Kamervragen. Nu zien we dat allerlei preventieplannen en -akkoorden geen resultaten opleveren. Wie geeft opdracht tot een derde meting op deze wijzen en wie gaat de samenhang der dingen, zoals zich die in de groeifase ontwikkelt, weer goed duiden?
Voor de bijziendheid zijn de alarmbellen al afgegaan. Voor de rugklachten, “bekkenbodemproblemen”, blessures, artrose en andere gevolgen van het niet goed ontwikkelen van de lichaamshouding, nog lang niet. Het valt curatief ook niet meer op te lossen. We gaan de VS razendsnel achterna! Primaire preventie start vanaf de geboorte door de kennis over de goede zorg voor het ontwikkelen van een gezond en sterk houding- en bewegingsapparaat weer terug te brengen in alle curricula en opleidingen, die de zorg voor het (kinder)lichaam of de zorg voor het gehele kind horen te behartigen. Nieuwe Ministers, wijsheid, doordenkkracht en doorzettingsvermogen gewenst!
De verwachtingen worden nu vooral op de Minister gericht. In hoeverre kan de ambtelijke top en het Ministerie flexibel zijn, zeker gezien de keuze om ook hierin te bezuinigen? Nu vind ik het verminderen van de kosten AAN de professionele zorg voor individuele burgers beter dan bezuinigen IN de zorg, want dat raakt hulpvragers echt. De bedrijfsmatige invalshoek ( vanaf 2006 ) denkt in termen van een machinebureaucratie (Abraham Minzberg) en boekhoudkundige opbrengst en meetbaar resultaat. Maar hierbij wordt ( gemakshalve ) uitgegaan van standaard mensen. De humane hulp kent in wezen andere prioriteiten en erkend ook het echt uniek zijn van iedere mens en weet dat daarom professionele hulp (nog) niet overal een 100% antwoord kan bieden.