Sterftecijfer verpleeghuis stijgt met een kwart

Verpleeghuizen herkennen zich niet in het onderzoek van het Zorginstituut dat de verblijfsduur in verpleeghuizen stabiel zou. Zij zien zelf het aantal bewoners dat jaarlijks overlijdt fors toenemen en de verblijfsduur afnemen. Het verschil in bevindingen met het Zorginstituut laat zich eenvoudig verklaren.

Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
verpleeghuis
ANP Jeroen Jumelet

Neemt de gemiddelde verblijfsduur in verpleeghuizen nu af of niet? Het Zorginstituut Nederland (ZIN) heeft vorige week geconcludeerd dat de verblijfsduur in de periode 2013 tot en met 2016 niet aanmerkelijk is afgenomen. Die bevinding lijkt haaks te staan op geluiden uit de sector zelf. Zo zei Eric Hisgen, voorzitter raad van bestuur Amstelring, in 2016 tegenover Zorgvisie dat verpleeghuisbewoners steeds sneller overlijden en de verblijfsduur sterk afneemt. In 2013 was de gemiddelde verblijfsduur 382 dagen, in 2016 was die 231 dagen. Dat is een afname van bijna 40 procent.

Ouderen overlijden steeds sneller

Ook Laurent de Vries, voorzitter raad van bestuur Viattence, ziet in zijn organisatie dezelfde trend. Bij de ouderenzorgaanbieder met acht locaties op de Veluwe is de verblijfsduur in de periode 2015-2017 met 15 procent gedaald. Viattence heeft ook het aantal overleden patiënten in 2015 en 2017 vergeleken. Het aantal bewoners dat in 2017 is gestorven, ligt 27 procent hoger dan in 2015. ‘Mensen overlijden steeds sneller en we nemen dus ook veel meer mensen op.’ ActiZ beschikt niet over landelijke cijfers over sterftecijfers in verpleeghuizen.

Verblijfsduur daalt naar 7,5 maanden

Op Twitter liet Angela Jansen, bestuursvoorzitter DrieGasthuizengroep in Arnhem, weten zich niet te herkennen in het onderzoek van ZIN.

ZIN kan nog geen gemiddelde verblijfsduur berekenen

Dat de cijfers van de zorgorganisaties zo verschillen met de bevindingen van ZIN laat zich goed verklaren. Zelfstandig adviseur Margje Mahler, betrokken bij het onderzoek van het Zorginstituut, licht toe dat ZIN nog geen uitspraak kan doen over de gemiddelde verblijfsduur. ‘Een deel van de bewoners die zijn opgenomen, is immers nog niet overleden. Dus je kunt nog geen gemiddelde verblijfsduur berekenen.’ Daarnaast heeft ZIN gekeken naar de periode 2013-2016. Aangezien de Wlz pas 2015 in werking is getreden, zijn er nog niet veel betrouwbare cijfers over de Wlz. Verder heeft ZIN niet gekeken naar de bewoners met lichte zorgprofielen, want die zijn in de Wlz afgeschaft.

Twee types verpleeghuisbewoners

Is het mogelijk dat de trend die zorgorganisaties zien, later wel terugkeert in de ZIN-cijfers? ‘Ja, dat valt niet uit te sluiten, maar dat is vooralsnog koffiedik kijken’, zegt Mahler, die als psycholoog in verpleeghuis Kalorama goed weet wat er in de praktijk gebeurt . ‘De belangrijkste bevinding van het ZIN-onderzoek is dat er grofweg twee type bewoners zijn in de Wlz. De helft van de bewoners verblijft langer dan achttien maanden in een verpleeghuis en er is een grote groep die binnen drie maanden na opname overlijdt. Dat stelt verpleeghuizen voor een enorme opgave, want aan de ene kant hebben ze te maken met een grote groep kwetsbare bewoners bij wie de nadruk ligt op wonen en kwaliteit van leven. Die hebben daarnaast ook intensieve zorg, behandeling en ondersteuning nodig. Aan de andere kant heb je bewoners die met complexe problematiek worden opgenomen en al snel overlijden. Deze mensen zijn meer gebaat bij palliatieve zorg.’

Op herstelgerichte zorg in het verpleeghuis

Een derde categorie bewoners vormt de groep die voor herstel in het verpleeghuis komen. Patiënten die uit het ziekenhuis worden ontslagen, hebben geriatrische herstelzorg nodig. Daarnaast is er een groep ouderen die tijdelijk wordt opgenomen omdat ze het thuis niet meer redden, de zogeheten Eerstelijns Verblijfbedden. ‘Het is niet one-size-fits-all’, zegt De Vries. ‘Deze bewoners hebben allemaal verschillende ondersteuning nodig. Dat is een enorm zware belasting voor het personeel en de werkdruk is al zo hoog. De uitdaging voor bestuurders is hoe we hen hierin zo goed mogelijk ondersteunen.’

2 REACTIES

  1. CZ Zorgkantoor heeft de verblijfsduur in de eigen regio’s ook onderzocht en komt tot de conclusie dat de verblijfsduur sinds 2013 licht is gedaald. Het klopt overigens dat een rekenkundig gemiddelde leidt tot verkeerde conclusies aangezien een aanzienlijk deel van de populatie op het moment van onderzoek(en) nog verblijft in het verpleeghuis. Daarom gebruikt CZ een mediaan: het aantal dagen na instroom waarop 50% van de cliënten is overleden. Zie voor meer informatie over ons onderzoek en de toelichting op de methode de links hieronder.
    Regio’s CZ Zorgkantoor: https://www.cz.nl/zorgkantoor/~/media/zorgkantoor/2017/klant/gemeenten-in-cz-zorgkantoor-regios.pdf?la=nl-nl&revid=0929e904-b7b1-400a-8e42-95c5d55e6c0b
    Onderzoek: https://www.cz.nl/zorgkantoor/~/media/zorgkantoor/actueel/zorgaanbieder/verblijfsduur-verpleeghuizen.pdf?revid=84f0be0c-45ee-4458-9158-2455ebf0405f
    Toelichting onderzoek: https://www.cz.nl/zorgkantoor/~/media/zorgkantoor/actueel/zorgaanbieder/onderzoeksmethodiek-verblijfsduur.pdf?revid=43915545-bdbb-4ea5-95eb-556797271e79

  2. Lees alle reacties
  3. Wat een warrige berichtgeving is dit. De onderzoeker zegt dat de verpleegduur niet noemeswaardig korter wordt door allerlei verschillende groepen ouderen. Directies zeggen dat er wel degelijk een verkorting is. De inleiding van het artikel zegt dat het eenvoudig te verklaren is. aan het eind van het artikel weet je niets.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.