Exclusief toegankelijk Registreer voor toegang tot Zorgvisie.nl Lees meer

Helft zorgverleners is angstig na incident

Ruim de helft van de zorgverleners heeft na een medisch incident last van angst, stress en twijfel. Dat vergroot het risico op nieuwe incidenten. Tien procent heeft langdurig last van flashbacks of angst. De ondersteuning van zorgverleners staat nog in de kinderschoenen.
Kris_Vanhaecht_450.jpg
Kris Vanhaecht: 'We moeten het taboe doorbreken dat ook zorgverleners slachtoffer kunnen zijn van een incident.'

Dat zijn de belangrijkste bevindingen van onderzoek van professor Kris Vanhaecht van de KU Leuven in opdracht van het Leernetwerk Peer Support van de vereniging voor zorgprofessionals VvAA. Vanhaecht heeft met organisatieadviseur Loes Schouten en gynaecoloog Gerda Zeeman 2387 zorgverleners bevraagd in tien Nederlandse ziekenhuizen over de gevolgen van incidenten met patiëntveiligheid. Patiëntveiligheidsincidenten zijn onbedoelde gebeurtenissen in het zorgproces die tot schade hebben geleid, hadden kunnen leiden of nog kunnen leiden. De helft van de ondervraagden betrof verpleegkundigen (55 procent), 25 procent waren medisch specialisten, 10 procent waren jonge artsen in opleiding en een restgroep van leidinggevenden en verloskundigen.

Ernstige incidenten: 200 zorgverleners
Van de ondervraagden geeft 85 procent aan in hun loopbaan betrokken te zijn bij incidenten. Een groep van 200 zorgverleners is de afgelopen zes maanden betrokken geweest bij een ernstig incident met blijvende schade of overlijden. Ruim vijftig procent noemt hyperalertheid, schaamte, twijfel over eigen kennis en kunde, stress en zich angstig voelen als belangrijkste symptomen. ‘Hyperalertheid en extra waakzaamheid zijn op zichzelf goede eigenschappen’, zegt Vanhaecht, ‘maar als je langdurig hyper werkt, dan is dat belastend. Dan kun je niet meer met een veilig gevoel de routinematige werkzaamheden doen. Zorgverleners die last hebben van angst, stress en twijfel over hun eigen kennis en kunde lopen een groter risico om opnieuw betrokken te raken bij incidenten. In onderzoek in Italië komt naar voren dat artsen na incidenten defensief gaan handelen en onnodige onderzoeken laten doen.’

Flashbacks en PTSS
Ruim een op de tien zorgverleners heeft langdurig last van flashbacks en slapeloosheid. Vanhaecht: ‘Deze groep heeft symptomen die vallen onder post-traumatische stress stoornis (PTSS). Over het algemeen geldt: hoe ernstiger het incident, hoe groter de gevolgen voor zorgverleners. Soms blijft een casus zorgverleners jaren achtervolgen. Zeker als er een tuchtzaak is, worden ze er steeds opnieuw mee geconfronteerd.’

Verantwoordelijk voelen voor incident
Maar uit grootschaliger Belgisch onderzoek is naar voren gekomen dat ook kleine incidenten bij artsen en verpleegkundigen een enorme impact kunnen hebben, vertelt Vanhaecht. ‘Dat komt doordat zorgverleners het hart op de goede plek hebben. Als er één ding is dat ze niet willen, is het wel onbedoelde schade toebrengen aan patiënten. Zodra zorgverleners zich verantwoordelijk voelen, hebben ze vaak last van psychosociale gevolgen. Ook al was het incident niet persoonlijk verwijtbaar, maar te wijten aan een organisatorische fout. Ze nemen de problematiek mee naar huis en reageren zich af op gezinsleden of partner.’

Zorgverleners als second victim
Zorgverleners willen na een incident vooral weten wat er precies is gebeurd. Vanhaecht: ‘Ze willen weten hoe het incident heeft kunnen gebeuren en hoe zij daar betrokken bij zijn geraakt. Ze willen ook duidelijkheid over de afhandeling.’ De ondersteuning van ziekenhuizen laat echter nog te wensen over. Over het algemeen vindt men die bij collega’s en naasten. Vijftien tot twintig procent van de ondervraagden had wel behoefte aan een gesprek met een neutraal persoon, maar dat is niet gebeurd. ‘Vanzelfsprekend zijn patiënten het belangrijkste slachtoffer van medische incidenten. Maar we moeten het taboe doorbreken dat ook zorgverleners slachtoffer kunnen zijn van een incident. In Angelsaksische landen heeft men daar een goede term voor: second victim. Hier ligt echt een taak voor de raad van bestuur van ziekenhuizen en de medische staf. Zorgverleners moeten weten dat hun reactie niet abnormaal is. We moeten ze vertellen dat betrokken raken bij incidenten onderdeel uitmaakt van hun loopbaan. Hoe beter de ondersteuning voor zorgverleners, hoe beter ook de nazorg voor patiënten is.’

Peer Support in de zorg
De ondersteuning in de tien ziekenhuizen van het ‘Leernetwerk Peer support in de zorg’ laat variatie zien. ‘Deze ziekenhuizen zijn echt koplopers, want ze willen de ondersteuning aan zorgverleners verbeteren. Het is voor zorgverleners belangrijk dat ze met collega’s kunnen praten over incidenten. Dat kan ook een vakgenoot in een ander ziekenhuis zijn. Een deel van de zorgverleners heeft behoefte aan professionele ondersteuning: meerdere gesprekken met zorgverleners die daarin getraind zijn. Zorgverleners met PTTS zijn het beste af met hulp van psychiaters of psychologen.’ De deelnemende ziekenhuizen zijn Isala, Zuyderland Medisch Centrum, Flevoziekenhuis, Bernhoven, Rode Kruis Ziekenhuis, Gelre Ziekenhuizen, IJsselland Ziekenhuis, Jeroen Bosch Ziekenhuis, Bravis Ziekenhuis en het LUMC.

Executive Seminar Patiëntveiligheid: 8 november
Kris Vanhaecht is keynote op het Executive Seminar Patiëntveiligheid dat Zorgvisie samen met De Tijdstroom organiseert op 8 november in Bunnik. Andere sprekers zijn Ronnie van Diemen (Inspecteur-generaal voor de Gezondheidszorg), Cordula Wagner (directeur Nivel), Rob Dillmann (voorzitter raad van bestuur Isala), Job Kieviet (hoogleraar LUMC), Jan Vesseur (oud-hoofdinspecteur patiëntveiligheid IGZ), Abbey Schepers (staflid LUMC) en Wim Schellekens (oud-hoofdinspecteur curatieve zorg IGZ). Meld u hier aan.

VvAA: emoties bespreekbaar maken
Na een incident is het belangrijk om emoties bespreekbaar te maken, benadrukt Loes van der  Linden van het VvAA CarrièreCentrum Zorg: ‘Veel artsen denken nog steeds dat het van onvermogen getuigt als je je kwetsbaarheid laat zien. Hoe goed je je ook hebt voorbereid op de zwaardere kanten van je werk, je kunt je vooraf niet wapenen tegen de emotionele achtbaan waar je in terecht kunt komen. De emotionele impact kan je in je handelen beperken en daar is geen patiënt bij gebaat.  Aals je daar niets mee doet, liggen klachten op de loer. Niet voor niets is het aantal burn-out gevallen onder artsen groot. Daar ontwikkelen we nu vanuit VvAA interventietools voor.’

Patiëntveiligheid
Patiënten en cliënten moeten kunnen rekenen op veilige zorg. Soms gaan er dingen mis en dat leidt tot incidenten en calamiteiten. Zorginstellingen zijn verplicht calamiteiten te melden bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Evenals een patiënt of diens naaste kan de Inspectie een tuchtzaak aanhangig maken.
Bekijk het dossier

2 reacties

  • Het is inderdaad tijd voor professionalisering van de ondersteuning van second victims. In mijn dagelijks werk als coach voor deze groep maak ik nog te vaak mee dat managers en P&O consulenten -ook van MSB’s- mij glazig aankijken als zij een vraag krijgen over de effecten van medische incidenten, en het eventuele verzuim dat hier uit voort komt. Daarnaast zie ik regelmatig ‘doorschuifgedrag’. Beleidsmakers in zorgorganisaties en in beroepsgroepen vinden het een belangrijk onderwerp maar ze zeggen ‘daarvoor moet je niet bij mijn zijn’. P&O verwijst naar de medische staf of de VAR, deze verwijzen naar de beroepsvereniging en de beroepsvereniging verwijst naar de organisatie of zelfs naar het individu zelf: díe moet mondiger worden. Of ze zeggen dat het in hun organisatie niet voor komt.
    Ik pleit voor korte, duidelijke informatie over dit onderwerp voor medisch professionals en beleidsmakers (hoe vaak komt het voor, wat zijn de effecten, hoe herken je het, wat kun je eraan doen) en deze informatie te integreren in alle medische en zorg opleiding, visitaties, beleidsoverleg in organisaties etc.
    Tot slot nog een praktische tip: Een adequate opvang in de eerste 1,5 uur na het incident (zgn. 'golden hour') blijkt cruciaal voor een goede verwerking van de gebeurtenis bij de betrokken hulpverlener. Omdat er bij een incident gevoelens van schuld en schaamte een rol spelen is het van belang om deze eerste opvang door deskundigen van BUITEN de organisatie te laten doen.

  • Amiz Delft

    De behoefte aan neutrale hulp na incidenten blijkt al jaren in vele publikaties en op vele congressen erg groot. Daar hoeven we geen nieuw congres meer aan te wijden. Want het probleem zit hem in het aanbod en de bekendheid met de neutrale hulp. Ik bied al meer dan 5 jaar die neutrale hulp, daardoor ken ik de hulpmarkt een beetje. Wat blijkt? Zorgverleners zoeken die hulp niet echt en zorgmanagers verwijzen niet naar die hulp. Op deze wijze komen we niet verder en blijft men steken in dezelfde kringetjes. Ik zit in Delft en ben te vinden op de website van Amiz.

Of registreer u om te kunnen reageren.

Zorgvisie is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden