Artikel bewaren

U heeft een account nodig om artikelen in uw profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Opinie | Europa investeert in hartgezondheid, maar Nederland geeft niet thuis

Europa wil hart- en vaatziekten in de komende tien jaar fors terugdringen en vraagt lidstaten om nationale actie. Nederland wijst die regierol echter af. Daarmee laat het bewust een aanpak liggen voor een groeiend gezondheidsprobleem waar Europese middelen voor beschikbaar zijn, stelt Hartstichting-directeur Hans Snijder.
Hans Snijder, directeur Hartstichting | Fotografie: Arnaud Roelofsz

Hart- en vaatziekten zijn de belangrijkste doodsoorzaak in Europa. Jaarlijks overlijden 1,7 miljoen Europeanen aan deze aandoeningen. Ook in Nederland zijn hart- en vaatziekten verantwoordelijk voor ruim honderd sterfgevallen per dag. Ruim 630 mensen belanden dagelijks in het ziekenhuis vanwege een hart- en vaataandoening. De helft van de Nederlanders krijgt er in zijn of haar leven mee te maken. Niet alleen de maatschappelijke impact is enorm voor patiënten en hun naasten; hetzelfde geldt voor de maatschappelijk kosten: de zorg wordt onbetaalbaar.

Gerichte, gezamenlijke aanpak

De Europese Commissie erkent dat nu expliciet. Met het onlangs gepresenteerde EU Cardiovascular Health Plan (het Safe Hearts Plan) kiest Brussel voor een gerichte, gezamenlijke aanpak. De ambitie is helder: in 2035 moet de vroegtijdige sterfte met 25 procent zijn teruggebracht. Preventie krijgt prioriteit, net als vroege opsporing en betere behandeling.

Dit is geen symbolische stap. Zonder doortastende actie zal het aantal patiënten de komende decennia fors stijgen. Dat betekent meer persoonlijk leed, miljarden aan extra zorgkosten, verlies aan arbeidsproductiviteit. Lidstaten worden opgeroepen nationale actieplannen op te stellen om die doelen waar te maken.

Nederland zet hakken in het zand

Wonderlijk genoeg zet de Nederlandse overheid de hakken in het zand. De Europese ambities zouden ‘niet nader onderbouwd’ zijn. Een brede screening op bloeddruk, cholesterol en bloedsuiker zou een ‘grote stelselwijziging’ betekenen en een te zwaar beslag leggen op de zorg. Bovendien, zo redeneert onze overheid, werkt Nederland al met cardiovasculair risicomanagement via de huisarts.

Niemand betwist dat verandering in risicofactoren tijd kost voordat die doorwerkt in sterfte en ziektecijfers. En dat er mogelijk oplossingen zijn die in Nederland beter werken, dan de voorstellen die in het Europese plan zijn gedaan. Maar dat is geen argument tegen deelname aan het Europese actieplan. Integendeel: het is juist een reden om nú te beginnen. Wie pas handelt wanneer effecten direct zichtbaar zijn, accepteert stilzwijgend dat de huidige sterfte en ziektelast nog jaren doorgaat.

Groep buiten beeld

Ook het argument dat brede screening een grote stelselwijziging zou betekenen, verdient nuance. Nederland beschikt over sterke eerstelijnszorg en een goed georganiseerd Cardiovasculair Risicomanagement (CRVM). Maar dat bereikt vooral mensen die al in beeld zijn bij de zorg. Juist de groep met onopgemerkte risico’s, hoge bloeddruk of een verhoogd cholesterol, blijft te vaak buiten beeld. Bij deze groep is met een aanpassing van leefstijl of behandeling met veilige én voordelige medicijnen veel winst te behalen zonder dat dit beslag legt op de zorg. Vroege opsporing is geen bureaucratische Europese hobby: het is een bewezen manier om ernstige hartproblemen te voorkomen.

Geen nationale verantwoordelijkheid

Het meest fundamentele punt is echter de keuze om geen nationale regie te willen nemen. Voor kanker kent Nederland een Nationale Kankeragenda, terecht omarmd door de overheid. Voor dementie bestaan gerichte programma’s. Hard nodig. Voor infectieziekten is centrale coördinatie vanzelfsprekend. Maar hart- en vaatziekten? Daar zijn we niet van, zo stelt onze overheid.

Met haar huidige opstelling kiest Nederland er dus expliciet voor om géén nationale verantwoordelijkheid te nemen voor het terugdringen van hart- en vaatziekten, een van de grootste volksziekten.

Landelijke hart- en vaatagenda

In Nederland heeft het cardiovasculaire veld samen met de Hartstichting al een landelijke hart- en vaatagenda ontwikkeld. Een agenda die inzet op preventie, betere opsporing, innovatie en passende zorg. Dat is een serieuze stap vooruit.

Maar een agenda zonder politieke verankering is en blijft kwetsbaar. Alleen met inzet en politieke wil kan zo’n agenda uitgroeien tot een effectief nationaal actieplan. Alleen dan worden ambities vertaald in concrete keuzes: investeringen in preventie, versterking van de eerste lijn, slimme inzet van data en innovatie, en gerichte aandacht voor risicogroepen. Alleen dan ontstaat samenhang tussen zorg, onderzoek en volksgezondheidsbeleid.

Door Hans Snijder, directeur Hartstichting en bestuurslid European Heart Network

Geef uw reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.