De benoeming van verpleegkundig directeuren voelde voor velen als een doorbraak: de emancipatie van de verpleegkundige binnen de ziekenhuisorganisatie. Hun zelfbeeld verschoof hiermee van aspiratie naar prestatie: de verpleegkundige zit als bestuurder aan de vergadertafel. Het gaf kracht om een ander verhaal te vertellen: “Neem het heft in eigen handen tijdens de doktersronde. Vertel jouw verhaal.” Dat resoneerde ook op de werkvloer: “Het is een mentaliteitsverandering, ook voor artsen.”
Tegelijkertijd betekende deze benoeming ook een verschuiving in de macht, en dat zorgt voor spanning. Waar velen meebewogen, waren er ook actoren die de nieuwverworven positie van de verpleegkundig directeuren bevroeg, betwistte of zelfs belemmerde.
Die weerstand betekent, paradoxaal genoeg, dat de verpleegkundig directeur ertoe doet. Ze laat zien dat verhoudingen veranderen en dat gevestigde rollen en belangen bevraagd worden. Tegelijk kan de weerstand van de gevestigde macht de verpleegkundige ook opnieuw in de marge duwen.
Identiteit in beweging
De stap van de werkvloer naar de bestuurskamer betekent ook een verschuiving in identiteit. Verpleegkundig directeuren die wij spraken, vonden het lastig om evenwicht te vinden tussen hun beroepstrots en de bestuurlijke realiteit. Het bleek een ingewikkelde zoektocht die doorzettingsvermogen vraagt.
Aan de ene kant zaten verpleegkundigen in vergaderingen waar “vieze politiek” de toon zette, en waar openheid soms als kwetsbaarheid voelde: “Ik ben echt afgeknapt [op de anderen]: ze appen, vormen groepjes. Het voelde alsof we op de middelbare school waren.” De verpleegkundig directeuren schrokken van de dynamiek van de status quo. Hoe blijf je in een dergelijke omgeving trouw aan je verpleegkundige identiteit? Het spel en de ‘nieuwe taal’ van macht en beleid stond vaak haaks op hun eigen waarden, en dat leidde tot twijfel: “Ik geloof hartstochtelijk in verpleegkundigen en wil dat ze zich ontplooien, maar ik haal er op dit moment geen energie uit. Geef mij gewoon een organisatie die iets minder complex is.”
Aan de andere kant is er trots en verantwoordelijkheid om waarden als open communicatie en samenwerking naar de bestuurskamer te brengen: “Wij zijn als verpleegkundigen de aangewezen personen om de cultuur te veranderen.” In die verpleegkundige vasthoudendheid schuilt groei. De verpleegkundig directeuren kwamen samen om frustratie te delen, om hun ‘verpleegkundige missie’ te herhalen en, ja toch ook om samen tot een strategie te komen voor hoe je invloed kan uitoefenen zonder je waarden te verliezen: “We gaan netjes langs, maar blijven bij ons besluit.”
In de zoektocht van de verpleegkundig directeuren liggen belangrijke lessen.
De politieke verpleegkundig directeur
Ons advies aan verpleegkundig directeuren: definieer de politieke verpleegkundig directeur en omarm het politieke spel als een manier om invloed uit te oefenen op je eigen voorwaarden. Wie het spel niet speelt, heeft misschien een stoel aan de bestuurstafel, maar geen stem in het beleid. Dwing respect af door consequent te blijven pleiten voor transparantie en samenwerking als norm.
De opgave ligt niet alleen bij verpleegkundigen, maar ook bij bestuurders. Een valkuil bij het introduceren van verpleegkundig directeuren is halfslachtigheidstructuren neerzetten zonder mandaat of rugdekking. Zonder bestuurlijke steun blijft de herpositionering van de verpleegkunde een papieren werkelijkheid. Breng het papier in praktijk: wuif weerstand van ‘de ander’ niet weg als niet-bestaand, maar zet partijen bij elkaar. Wissel perspectieven uit, maak machtsverhoudingen bespreekbaar en daag gevestigde belangen uit. Alleen dan kunnen verpleegkundig directeuren meebesturen vanuit verpleegkundige waarden.
Tot slot laat ons onderzoek het belang van de groep zien: als klankbord en steun van, maar bovenal als waarborg van de verpleegkundige identiteit.
Door Pim Meulemans, Marieke van Wieringen en Sierk Ybema, alledrie verbonden aan het Talma Instituut en de afdeling Organisatiewetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam

