Onterechte framing kleine ic als onvelig’

[Exclusief] De sterfte op de intensive care (ic) in kleine ziekenhuizen verschilt niet van die van grote ziekenhuizen. Van onnodige sterfte is al helemaal geen sprake.
'Onterechte framing kleine ic als onvelig'
Foto: ANP - Evert Elzinga

In 2007 raakten de ic’s in kleine ziekenhuizen in opspraak. Er zouden jaarlijks 250 onnodige sterfgevallen plaatsvinden. Vooraanstaande intensivisten in de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care (NVIC) baseerden zich destijds op Amerikaans onderzoek en extrapoleerden de gegevens naar de Nederlandse situatie.

Geen onnodige doden

Ten onrechte, zegt Georg Kluge, anesthesioloog-intensivist in het Slotervaartziekenhuis. Hij was betrokken bij recent grootschalig Nederlands onderzoek dat bewijst dat er helemaal geen onnodige doden vallen in kleine ic’s. Hij legt uit dat de Amerikaanse situatie onvergelijkbaar is met de Nederlandse. ‘Maar 10 procent van de onderzochte patiënten in kleine Amerikaanse ziekenhuizen zag een intensivist. Andere medisch specialisten weigerden hun patiënten over te dragen, veelal vanwege financiële incentives. Ja, dan begrijp ik wel dat er veel onnodige sterfte is. Maar in Nederland zien de patiënten wel allemaal een intensivist. Ten onrechte zijn de kleine ic’s destijds weggezet als onveilig. Dat was een staaltje van framing.’

Splijtzwam

Het leidde tot een splijtzwam in de wereld van intensivisten. De commissie die een nieuwe richtlijn moest maken voor de ic gebruikte daarvoor het Amerikaanse onderzoek en weigerde gebruik te maken van gegevens uit de Nationale Intensive Care Evaluatie (NICE). Daarin registreren 87 van de 95 ic’s in Nederland medische gegevens. Kluge: ‘Dat wilde de commissie pas na een grondig onderzoek, waarover is gepubliceerd in een vakblad van intensivisten.’

Zo gezegd zo gedaan. Het recente onderzoek, gebaseerd op de gegevens van 132.159 patiënten, toont aan dat er geen verschil is in de ziekenhuissterfte en de negentigdagensterfte tussen een level I (kleine ic), level II (middelgrote ic) en level III (grote ic). De onderzoekers hebben speciaal gekeken naar erg zieke patiënten, omdat die een grote kans maken op overlijden. Maar ook daarbij waren geen significante verschillen. ‘Overplaatsing naar een grote ic is alleen zinvol als er bepaalde faciliteiten in een kleine ic ontbreken, zoals neurochirurgie. Doorslaggevend is het vakmanschap van de intensivist. En die doet zijn werk goed, zowel in grote als kleine ic’s.’

Bezetting 24/7

Maar kleine ic’s hebben toch problemen met de bezetting, de klok rond? Volgens Kluge is dat allemaal goed geregeld. Kleine ziekenhuizen hebben minimaal twee intensivisten. Die horen binnen twee uur in het ziekenhuis te zijn, maar in de praktijk is dat vaak maar 20 minuten. Die mogen dus niet op de OK werken als ze dienst hebben. ‘De bezetting is op grote ic’s niet anders. Ook daar zijn de intensivisten ’s nachts niet aanwezig op de ic. Een intensivist-in-opleiding doet de nachtdiensten. De intensivist is standby.’

Maar is het onderzoek niet partijdig? Opdrachtgever SAZ is immers belanghebbend. Kluge wijst erop dat drie van de acht onderzoekers uit grote academische ziekenhuizen komen.

Op 6 februari vergadert de richtlijncommissie opnieuw. Dan kunnen ze niet om dit nieuwe onderzoek heen, vindt Kluge.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn. Heeft u nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.